Dit hoofdstuk biedt procedures voor het verwijderen en installeren van de onderdelen in uw computer. Tenzij anders aangegeven wordt bij elke procedure van de onderstaande omstandigheden uitgegaan:
U hebt de veiligheidsinformatie in de Productinformatiegids van Dell gelezen.
Een onderdeel kan worden vervangen of (indien apart aangeschaft) worden geïnstalleerd door de verwijderingsprocedure in omgekeerde volgorde uit te voeren.
Benodigd gereedschap
Voor de procedures in dit document hebt u de volgende gereedschappen nodig:
Kleine platte schroevendraaier
Philips-schroevendraaier
Kleine plastic schraper
Flash BIOS-update (zie de Dell Support-website op support.dell.com)
De computer uitschakelen
KENNISGEVING: Voorkom dat er gegevens verloren gaan door alle geopende bestanden op te slaan en te sluiten en alle geopende programma's af te sluiten voordat u de computer uitschakelt.
Schakel het besturingssysteem uit.
Sla alle geopende bestanden op en sluit ze, sluit alle geopende programma's af en klik op
Start, Afsluiten.
Klik in het venster Windows afsluiten op Afsluiten.
De computer wordt uitgeschakeld nadat het afsluitingsproces van het besturingssysteem is voltooid.
Ga na of de computer en alle aangesloten apparaten zijn uitgeschakeld. Als de computer en de aangesloten
apparaten niet automatisch worden uitgeschakeld bij het afsluiten van het besturingssysteem, houdt u de
aan/uit-knop een aantal seconden ingedrukt totdat de computer wordt uitgeschakeld.
Voordat u aan de onderdelen in de computer gaat werken
Gebruik de volgende veiligheidsrichtlijnen om de computer te beschermen tegen mogelijke schade en om uw persoonlijke veiligheid te garanderen.
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
WAARSCHUWING: Hanteer alle onderdelen en kaarten met zorg. Raak de onderdelen of de contactpunten op een kaart niet aan. Houd de kaart bij de randen vast of aan de metalen montagebeugel. Houd een onderdeel, zoals een processor, aan de randen vast en niet aan de pennen.
KENNISGEVING: Alleen een erkende servicetechnicus mag reparaties aan de computer uitvoeren. Schade veroorzaakt door service die niet door Dell wordt geautoriseerd, valt niet onder de garantie.
KENNISGEVING: Verwijder kabels door aan de connector of aan het treklipje te trekken en niet aan de kabel zelf. Sommige kabels hebben een connector met borglipjes; als u dit kabeltype wilt loskoppelen, moet u op de borglipjes drukken voordat u de kabel verwijdert. Als u connectoren van elkaar haalt, moet u ervoor zorgen dat u ze recht uit de aansluiting trekt om te voorkomen dat de connectorpinnen verbuigen. Ook moet u voor het aansluiten van een kabel controleren of beide connectoren correct zijn gepositioneerd en uitgelijnd.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan de computer door de volgende stappen uit te voeren voordat u aan de onderdelen in de computer gaat werken.
Zorg ervoor dat het werkoppervlak vlak is en schoon om te voorkomen dat er krassen ontstaan op de
computerkap.
KENNISGEVING: Wanneer u een netwerkkabel wilt ontkoppelen, moet u deze eerst van de computer loskoppelen en daarna pas uit de netwerkwandaansluiting.
Ontkoppel alle telefoon- of netwerkkabels van de computer.
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit de batterijhouder te halen voordat u de computer een onderhoudsbeurt geeft.
OPMERKING: U voorkomt schade aan de computer door alleen de batterij te gebruiken die speciaal voor deze Dell-computer is bedoeld. Gebruik geen batterijen die voor andere Dell-computers zijn bedoeld.
Haal de stekker van de computer en van alle aangesloten apparaten uit het stopcontact, verschuif het
ontgrendelingsschuifje van de batterijhouder aan de onderkant van de computer en haal de batterij uit
de houder.
1
ontgrendelingsschuifje van batterijhouder
2
batterij
Haal het optische station, indien geïnstalleerd, uit zijn houder. Zie Optisch station.
Druk op de aan/uit-knop om de systeemkaart te aarden.
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
Draai de computer om.
Verwijder de borgschroef van het optische station.
Plaats een schraper in de inkeping en duw deze opzij om het station uit de houder te halen.
Schuif het station uit de houder.
1
optisch station
2
borgschroef optisch station
3
inkeping
Vaste schijf
WAARSCHUWING: Als u de vaste schijf uit de computer verwijdert wanneer de schijf heet is, moet u de metalen behuizing van de vaste schijf niet aanraken.
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
KENNISGEVING: Voorkom het verlies van gegevens door de computer uit te schakelen (zie De computer uitschakelen) voordat u de vaste schijf verwijdert. Verwijder de vaste schijf niet wanneer de computer nog is ingeschakeld of in de stand-by-modus of in de slaapstand staat.
KENNISGEVING: Vaste schijven zijn ontzettend kwetsbaar; zelfs een klein schokje kan de schijf beschadigen.
OPMERKING: Dell garandeert geen compatibiliteit met of ondersteuning van vaste schijven van andere fabrikanten dan Dell.
Zet de computer op zijn kop en verwijder de schroeven van de vaste schijf.
1
schroeven (2)
2
vaste schijf
KENNISGEVING: Na verwijdering van de vaste schijf uit de computer, moet u deze in een beschermende antistatische verpakking bewaren. Zie "Bescherming tegen elektrostatische ontlading" in de Productinformatiegids.
Schuif de vaste schijf uit de computer.
Haal de nieuwe schijf uit de verpakking.
Bewaar de originele verpakking om de vaste schijf in te bewaren of te vervoeren.
KENNISGEVING: Oefen stevige en gelijkmatige druk uit om de schijf op zijn plaats te schuiven. Als u te veel kracht gebruikt, kunt u de connector echter beschadigen.
Schuif de vaste schijf in de houder totdat deze goed op zijn plaats zit.
Retourneer uw oude vaste schijf aan Dell in de oorspronkelijke of een vergelijkbare schuimverpakking. Anders kan de vaste schijf bij het transport beschadigd raken.
1
schuimverpakking
2
vaste schijf
Geheugen
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
U kunt het computergeheugen vergroten door geheugenmodules op de systeemkaart te installeren. Zie Specificaties voor informatie over het geheugen dat door de computer wordt ondersteund. Installeer alleen geheugenmodules die voor de computer zijn bedoeld.
OPMERKING: Geheugenmodules die u van Dell koopt, vallen onder de computergarantie.
Zet de computer op zijn kop, draai de kopschroef op het deksel van de geheugenmodule los en
verwijder dit deksel.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan de connector van de geheugenmodule door geen gereedschap te gebruiken voor het spreiden van de zekeringsbeugels van de geheugenmodule.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
Als u een geheugenmodule vervangt, moet u de bestaande module verwijderen:
Haal de zekeringsbeugels aan elk uiteinde van de connector van de geheugenmodule voorzichtig
met uw vingers uit elkaar totdat de module eruit springt.
Ontkoppel de module van de connector.
1
geheugenmodule
2
zekeringsbeugels (2 per connector)
OPMERKING: Als de geheugenmodule niet correct is gestalleerd, wordt de computer mogelijk niet goed opgestart. Bij deze fout verschijnt er geen foutmelding.
Aard uzelf en installeer de nieuwe geheugenmodule.
Lijn de inkeping in de randconnector van de module uit met het lipje in de connectorensleuf.
Schuif de module stevig in de sleuf met een hoek van 45 graden en draai de module naar beneden
totdat op zijn plaats klikt. Als u geen klik voelt, verwijdert u de module en probeert u het opnieuw.
1
inkeping
2
lipje
Vervang de geheugenmoduledeksel.
KENNISGEVING: Als de deksel moeilijk te sluiten is, verwijdert u de module en installeert u deze opnieuw. Als u te veel kracht uitoefent bij het sluiten, kunt u de computer beschadigen.
Plaats de batterij in de batterijhouder of steek de netadapter in op de computer en in een stop contact.
Monteer de vaste schijf opnieuw. Zie Vaste schijf.
Zet de computer aan.
Bij het opstarten van de computer wordt het extra geheugen gedetecteerd en de systeemconfiguratiegegevens automatisch bijgewerkt.
Klik op Start, Help en ondersteuning en vervolgens op Dell System Information (systeeminformatie Dell) om de hoeveelheid geheugen na te gaan die op de computer is geïnstalleerd.
Modem
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
Als u de optionele modem tegelijk met de computer hebt besteld, is de modem al geïnstalleerd.
Zet de computer op zijn kop, draai de kopschroeven op het deksel van de geheugenmodule los en
verwijder dit deksel.
Verwijder de bestaande modem:
Verwijder de schroef waarmee de modem aan de systeemkaart is bevestigd en leg deze opzij.
Trek de modem omhoog aan het treklipje om deze uit de connector op de systeemkaart te halen en
koppel de modemkabel los.
1
modemschroef
2
modemtreklipje
3
modemconnector op systeemkaart
4
modem
5
modemkabel
Installeer de vervangende modem:
Sluit de modemkabel aan op de modem.
KENNISGEVING: De connector is gecodeerd om voor een juiste plaatsing te zorgen. Als u weerstand voelt, controleert u de connector en lijnt u de kaart opnieuw uit.
Lijn de modem uit met de schroefgaten en druk de modem naar beneden in de connector op de
systeemkaart.
Plaats de schroef terug waarmee de modem op de systeemkaart is bevestigd.
Vervang de moduledeksel.
Scharnierkapje
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit de batterijhouder te halen voordat u met de onderdelen in de computer aan de slag gaat.
Klap het beeldscherm volledig open (180 graden) zodat deze plat op het werkoppervlak ligt.
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan het scharnierkapje door de kap niet aan beide kanten tegelijk op te tillen.
Plaats een schraper in de inspringing om de scharnierkap aan de rechterkant op te tillen.
Haal de kap rustig omhoog door deze van rechts naar links te bewegen en verwijder deze.
OPMERKING: Wanneer u de scharnierkap terugplaatst, plaatst u eerst de linkerrand en drukt u erop van links naar rechts totdat de kap op zijn plaatst klikt.
1
scharnierkapje
2
schraper
Toetsenbord
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit de batterijhouder te halen voordat u met de onderdelen in de computer aan de slag gaat.
Verwijder de twee schroeven boven aan het toetsenbord.
KENNISGEVING: De toetsen van het toetsenbord zijn kwetsbaar, zitten snel los en het duurt lang om ze terug te plaatsen. Wees voorzichtig met het verwijderen van het toetsenbord en met het toetsenbord zelf.
Zorg dat u het toetsenbord net genoeg omhoog en iets naar voren om bij de toetsenbordconnector
te komen.
Draai de plastic balk op de toetsenbordconnector richting de voorkant van de computer om de
toetsenbordkabel uit de toetsenbordconnector op de systeemkaart te halen.
1
schroeven (2)
2
toetsenbordkabel
3
plastic balk op toetsenbordconnector
4
lipjes
5
toetsenbord
KENNISGEVING: Voorkom krassen op de polssteun bij het terugplaatsen van het toetsenbord door de lipjes aan de voorkant van het toetsenbord vast te haken en vervolgens op de rechterrand aan de bovenkant te drukken om het toetsenbord op zijn plaats te klikken voordat u de twee schroeven weer vastdraait.
Draadloze minikaart
Als u tegelijk met de computer een minikaart hebt besteld, is de kaart al geïnstalleerd.
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit de batterijhouder te halen voordat u met de onderdelen in de computer aan de slag gaat.
Als er nog geen minikaart is geïnstalleerd, gaat u naar stap 5. Als u een minikaart vervangt, moet u de
bestaande kaart verwijderen:
Ontkoppel de twee antennekabels van de minikaart.
1
Minikaart
2
antennekabels (2)
3
antennekabelconnectoren (2)
Maak de minikaart los door de metalen borglipjes richting de achterkant van de computer te
drukken totdat de kaart iets omhoogkomt.
Haal de minikaart uit de connector van de systeemkaart.
1
systeemkaartconnector
2
Minikaart
3
metalen borglipjes (2)
KENNISGEVING: De connectoren zijn gecodeerd om voor een juiste plaatsing te zorgen. Als u weerstand voelt, controleert u de connectoren op de kaart en op de systeemkaart en lijnt u de kaart opnieuw uit.
De vervangende minikaart installeren:
Plaats de connector van de minikaart in de connector van de systeemkaart met een hoek van 45
graden en druk het andere uiteinde van de minikaart naar beneden in de borglipjes totdat de kaart
op zijn plaats klikt.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan de minikaart door geen kabels onder de kaart te plaatsen.
Verbind de twee antennekabels met de minikaart (zwarte kabel met de connector met "aux" en de
witte kabel met de connector met "main").
1
systeemkaartconnector
2
antennekabels (2)
3
antennekabelconnectoren (2)
Knoopbatterij
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit de batterijhouder te halen voordat u met de onderdelen in de computer aan de slag gaat.
Plaats een plastic schraper in de geleider aan de zijkant van de knoopbatterij en haal de batterij
omhoog.
Plaats de vervangende batterij met een hoek van 30 graden onder het klemmetje met de positieve kant (aangeduid met het plus-symbool (+)) omhoog en druk deze op zijn plaats.
Weergave
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit de batterijhouder te halen voordat u met de onderdelen in de computer aan de slag gaat.
Verwijder de zes schroeven waarmee het beeldscherm is bevestigd (twee aan de bovenkant, twee aan de
onderkant en twee aan de achterkant).
Ontkoppel de twee antennekabels van de minikaart.
Maak de kopschroef van de aardingskabel los.
Ontkoppel de beeldschermkabel met het treklipje.
Maak de beeldschermkabel los van de beeldschermkabelgoot.
1
schroeven (6)
2
beeldschermkabel
3
treklipje beeldschermkabel
4
kopschroef aardingskabel
5
antennekabels
6
stand-by-schakelaar
7
beeldschermkabelconnector op systeemkaart
8
beeldschermkabelgoot
Til het beeldscherm omhoog en haal het van de computer af.
KENNISGEVING: De stand-by-schakelaar is broos en gaat snel kapot. Pas op dat u de schakelaar niet raakt bij het verwijderen en terugplaatsen van het beeldscherm.
Zorg dat bij het terugplaatsen van het beeldscherm de kabel plat in de beeldschermgoot ligt en veilig onder de lipjes is weggestopt.
Zorg dat de antennekabels niet zijn gedraaid en dat ze plat in het antennekabel klemmetje liggen.
Interne kaart met Bluetooth® draadloze technologie
WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit de batterijhouder te halen voordat u met de onderdelen in de computer aan de slag gaat.
Als u een kaart hebt besteld met de Bluetooth draadloze technologie met de computer, is deze al geïnstalleerd.