User Guide

User Guide
Problemen oplossen: Dell Inspiron 6400/E1505 Eigenaarshandleiding

Terug naar inhoudsopgave

Problemen oplossen

Dell™ Inspiron™ 6400/E1505 Eigenaarshandleiding

  Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)

  Netwerkproblemen

  Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma)

  Voedingsproblemen

  Problemen met stations

  Printerproblemen

  E-mail-, modem- en internetproblemen

  Scannerproblemen

  Foutberichten

  Problemen met geluid en luidsprekers

  Problemen met de ExpressCard

  Problemen met de touchpad of met de muis

  Problemen met IEEE 1394-apparaten

  Video- en beeldschermproblemen

  Toetsenbordproblemen

  Stuurprogramma's

  Vastlopen en softwareproblemen

  Software- en hardware-incompatibiliteit oplossen

  Problemen met geheugen

  Het besturingssysteem herstellen



Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.

Wanneer u Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) moet gebruiken

Als er zich een probleem voordoet met uw computer, moet u eerst de controles beschreven in Vastlopen en softwareproblemen doen en Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) uitvoeren voordat u contact opneemt met Dell voor technische ondersteuning.

KENNISGEVING: Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) werkt alleen op Dell-computers.
OPMERKING: De cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) is optioneel en is mogelijk niet met uw computer meegeleverd.

Start Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) vanaf uw vaste schijf of vanaf de cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's, ook bekend als de ResourceCD).

Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) starten vanaf de vaste schijf

Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) bevindt zich op een verborgen partitie op de vaste schijf.

OPMERKING: Als uw computer geen beeld op het scherm kan weergeven, moet u contact opnemen met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.
  1. Sluit de computer af.

  2. Steek de stekker van de computer in het stopcontact.

  3. Het diagnoseprogramma kan op twee manieren worden geopend:

    1. Zet de computer aan. Wanneer het DELL™-logo verschijnt, drukt u direct op <F12>. Selecteer Diagnostics in het opstartmenu en druk op <Enter>.

OPMERKING: Als u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem wordt weergegeven, moet u blijven wachten tot het bureaublad van Microsoft® Windows® wordt weergegeven. Sluit de computer vervolgens af en probeer het opnieuw.
    1. Houd de toets <Fn> ingedrukt terwijl u de computer aanzet.

OPMERKING: Als een bericht wordt weergegeven dat er geen partitie met een diagnostisch hulpprogramma is gevonden, voert u Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) uit vanaf de cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's).

De computer voert een systeemanalyse uit: een reeks begintests van het moederbord, het toetsenbord, de vaste schijf en het computerscherm.

    • Beantwoord tijdens de analyse eventuele vragen die worden gesteld.

    • Als er een fout wordt gedetecteerd, stopt de computer en wordt er een geluidssignaal afgeven. Wanneer u met de analyse wilt stoppen en de computer opnieuw wilt opstarten, drukt u op <n>; wilt u met de volgende test verdergaan, druk dan op <y>; wilt u het onderdeel waar een fout optrad, opnieuw testen, druk dan op <r>.

    • Als er een fout wordt gedetecteerd tijdens de systeemanalyse, moet u de foutcode(s) opschrijven en contact opnemen met Dell.

Als de systeemanalyse is voltooid, verschijnt het bericht Booting Dell Diagnostic Utility Partition. Press any key to continue (opstarten vanaf partitie met Dell Diagnostics; druk op een willekeurige toets om door te gaan).

  1. Druk op een toets om Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) te starten vanaf de partitie met het diagnostische hulpprogramma op de vaste schijf.

Het diagnoseprogramma starten vanaf de cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's)

  1. Plaats de cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's).

  2. Zet de computer uit en start deze opnieuw op.

Wanneer het DELL-logo verschijnt, drukt u direct op <F12>.

Als u te lang wacht en het logo van Windows verschijnt, moet u wachten totdat u het bureaublad van Windows ziet. Sluit de computer vervolgens af en probeer het opnieuw.

OPMERKING: Met de volgende stappen wordt de opstartvolgorde slechts eenmalig gewijzigd. De volgende keer zal de computer opstarten volgens de volgorde van apparaten die in de systeeminstellingen is aangegeven.
  1. Wanneer de lijst met opstartbronnen verschijnt, markeert u het cd/dvd/cd-rw-station en drukt u op <Enter>.

  2. Selecteer de optie Boot from CD-ROM (Opstarten vanaf CD-ROM) in het menu dat verschijnt en druk op <Enter>.

  3. Typ 1 om te beginnen met het ResourceCD-menu en druk op <Enter> om verder te gaan.

  4. Selecteer Run the 32 Bit Dell Diagnostics (32-bit Dell-diagnoseprogramma uitvoeren) in de genummerde lijst. Als er meerdere versies worden aangegeven, moet u de versie selecteren die op uw computer van toepassing is.

  5. Als het hoofdmenu van Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) verschijnt, selecteert u de test die u wilt uitvoeren.

Hoofdmenu Dell Diagnostics

  1. Nadat het Dell-diagnoseprogramma is geladen en het scherm met het hoofdmenu wordt weergegeven, klikt u op de knop voor de gewenste optie.

Optie

Functie

Express Test
(Snelle test)

Hiermee wordt een snelle test uitgevoerd van apparaten. Deze test neemt normaliter 10 tot 20 minuten in beslag en vereist geen interactie van uw kant. Als u de snelle test eerst uitvoert, vergroot u de kans om het probleem snel op te sporen.

Extended Test (Uitgebreide test)

Hiermee wordt een grondige controle van apparaten uitgevoerd. Deze test neemt normaliter 1 uur of meer in beslag. Zo nu en dan zult u vragen moeten beantwoorden.

Custom Test
(Aangepast test)

Hiermee kunt u een bepaald apparaat testen. U kunt de tests die u wilt uitvoeren, zelf aanpassen.

Symptomenstructuur

Geeft een overzicht van de problemen die het meest voorkomen en stelt u in staat om een test te selecteren op basis van de symptomen van het probleem dat u ondervindt.

  1. Als er tijdens een test een probleem wordt gedetecteerd, wordt er een bericht weergegeven met de foutcode en een beschrijving van het probleem. Noteer de foutcode en de beschrijving van het probleem en volg de instructies op het scherm.

Als u de foutconditie niet kunt oplossen, moet u contact opnemen met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.

OPMERKING: Het servicelabel voor de computer bevindt zich boven aan elk testvenster. Als u contact opneemt met Dell, zal de technische ondersteuning naar het servicelabel vragen.
  1. Wanneer u een test uitvoert met de optie Custom Test (Aangepaste test) of Symptom Tree (Symptomenstructuur), kunt u voor meer informatie over de test op een van de tabbladen klikken die in de volgende tabel worden beschreven.

Tabblad

Functie

Results (Resultaten)

Hier worden de resultaten van de test weergegeven, samen met eventuele foutcondities die zijn aangetroffen.

Errors (Fouten)

Geeft de aangetroffen foutcondities weer en een beschrijving van het probleem.

Help

Hier wordt de test beschreven en worden eventuele vereisten voor het uitvoeren van de test vermeld.

Configuration (Configuratie)

Hier wordt de hardwareconfiguratie beschreven voor het geselecteerde apparaat.

Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) haalt configuratiegegevens op voor alle apparaten uit de systeeminstellingen, het geheugen, verschillende interne tests en geeft de informatie weer in de lijst met apparaten in het linkervenster van het scherm. Mogelijk worden in het apparaatoverzicht niet de namen van alle onderdelen weergegeven die zijn geïnstalleerd in of aangesloten op de computer.

Parameters

Hiermee kunt u de test aanpassen door de testinstellingen te wijzigen.

  1. Als de tests zijn voltooid en u Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) vanaf de cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) hebt uitgevoerd, moet u deze cd verwijderen.

  2. Wanneer de tests zijn voltooid, sluit u het testscherm om terug te keren naar het scherm met het hoofdmenu. U sluit Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) af en start de computer opnieuw op door het scherm met het hoofdmenu te sluiten.


Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma)

De Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) is op uw computer geïnstalleerd en u verkrijgt er toegang toe via het pictogram Dell Support op de taakbalk of via de knop Start. Gebruik dit hulpprogramma voor zelfhulpinformatie, software-updates en scans voor een gezonde computeromgeving.

Toegang verkrijgen tot de Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma)

U verkrijgt toegang tot de Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) via het pictogram Dell Support op de taakbalk of via het menu Start.

Als het pictogram Dell Support niet op de taakbalk staat:

  1. Klik op de knop Start en wijs naar Alle programma's.

  2. Klik op Dell Support en wijs naar Dell Support Settings (Dell Support-instellingen).

  3. Zorg ervoor dat de optie Show icon on the taskbar (pictogram op taakbalk weergeven) is ingeschakeld.

OPMERKING: Als de Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) niet in het menu Start staat, moet u naar support.dell.com gaan en de software downloaden.

De Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) is aangepast aan uw computeromgeving.

Als het pictogram Dell Support op de taakbalk anders werkt wanneer u er op klikt, moet u erop dubbelklikken of met de rechtermuisknop erop klikken.

Op het pictogram Dell Support klikken

Klik met de linker- of rechtermuisknop op het pictogram om de volgende taken uit te voeren:

  • Uw computeromgeving controleren

  • De instellingen van de Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) weergeven

  • Het Help-bestand voor de Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) openen

  • Veelgestelde vragen bekijken

  • Meer te weten komen over de Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma)

  • De Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) uitschakelen

Op het pictogram Dell Support dubbelklikken

Dubbelklik op het pictogram als u handmatig uw computeromgeving wilt controleren, veelgestelde vragen wilt bekijken, het Help-bestand voor de Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) wilt openen en Dell Support-instellingen wilt weergeven.

Klik voor meer informatie over de Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) op het vraagteken (?) boven aan het Dell Support-venster.


Problemen met stations

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.

Zorg ervoor dat Microsoft® Windows® het station herkent — Klik op de knop Start en daarna op Deze computer. Als de diskette, de cd- of het dvd-station niet wordt vermeld, moet u een volledige scan uitvoeren met uw antivirussoftware om te controleren op virussen en deze te verwijderen. Virussen kunnen soms ervoor zorgen dat Windows het station niet herkent.

Test het station —

  • Plaats een andere diskette, cd of dvd om de mogelijkheid uit te sluiten dat het oorspronkelijke exemplaar defect is.

  • Plaats een opstartbare diskette en start de computer opnieuw op.

Maak het station of de schijf schoon — Zie De computer reinigen.

Zorg ervoor dat de cd op de spindel in de lade is vastgeklikt

Controleer de kabelaansluitingen

Controleer op hardware-incompatibiliteit — Zie Software- en hardware-incompatibiliteit oplossen.

Voer Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) uit — Zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma).

Problemen met cd- en dvd-stations

OPMERKING: Trillingen bij cd- of dvd-stations met hoge snelheden zijn normaal en kunnen geluid produceren, wat niet in hoeft te houden dat het station of de cd of dvd defect is.
OPMERKING: Omdat er in verschillende regio's wereldwijd verschillende schijfindelingen worden gebruikt, werken niet alle dvd-titels in alle dvd-stations.

Problemen met schrijven naar een cd/dvd-rw-station

Sluit andere programma's — Het cd/dvd-rw-station moet tijdens het schrijven een continue stroom gegevens ontvangen. Als de stroom wordt onderbroken, treedt er een fout op. Probeer alle programma's te sluiten voordat u naar de cd/dvd-rw schrijft.

Schakel de stand-bymodus in Windows uit voordat u naar een cd/dvd-rw-schijf schrijft — Zie Energiebeheermodi voor informatie over de standby-modus.

Kies een lagere schrijfsnelheid — Zie de Help-bestanden van uw cd- of dvd-brandsoftware.

Als u de lade van het cd-, cd-rw-, dvd- of dvd+rw-station niet kunt uitwerpen

  1. Zorg ervoor dat de computer uitstaat.

  2. Maak een paperclip recht en steek het uiteinde in de uitwerpopening. Duw vervolgens stevig totdat de lade gedeeltelijk wordt uitgeworpen.

  3. Trek de lade voorzichtig naar buiten totdat deze niet meer verder kan.

Als u een vreemd schrapend of schurend geluid hoort

  • Controleer of het geluid niet wordt veroorzaakt een het programma dat wordt uitgevoerd.

  • Controleer of de diskette of schijf goed is geplaatst.

Problemen met de vaste schijf

Laat de computer afkoelen voordat u deze weer aanzet — Een hete vaste schijf kan ervoor zorgen dat het besturingssysteem niet start. Laat de computer afkoeken tot kamertemperatuur voordat u deze weer aanzet.

Voer Schijf controleren uit —  

  1. Klik op de knop Start en daarna op Deze computer.

  2. Klik met de rechtermuisknop op Lokaal station (C:).

  3. Klik op Eigenschappen.

  4. Klik op de tab Extra.

  5. Klik onder Foutcontrole op Nu controleren.

  6. Klik op Beschadigde sectoren zoeken en repareren.

  7. Klik op Start.


E-mail-, modem- en internetproblemen

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
OPMERKING: Sluit de modem alleen aan op een analoge telefoonaansluiting. De modem werkt niet als deze wordt aangesloten op een digitaal telefoonnet.

Controleer de beveiligingsinstellingen van Microsoft Outlook® Express — Als u geen e-mailbijlagen kunt openen:

  1. Klik In Outlook Express op Extra, klik op Opties en klik daarna op Beveiliging.

  2. Klik op Geen bijlagen toestaan om het vinkje te verwijderen.

Controleer de telefoonlijnaansluiting
Controleer de telefoonaansluiting
Sluit het modem rechtstreeks aan op de telefoonwandaansluiting

Gebruik een andere telefoonlijn —

  • Controleer of de telefoonlijn is aangesloten op de aansluiting op de modem (naast de aansluiting bevindt zich een groen label of een pictogram in de vorm van een connector).

  • Zorg ervoor dat u een klik hoort wanneer u de telefoonlijnconnector in de modem steekt.

  • Ontkoppel de telefoonlijn van de modem en sluit deze op een telefoon aan. Luister of er een kiestoon is.

  • Als er andere telefoonapparaten zijn die de lijn gebruiken, zoals een fax, overspanningsbeveiliging of een lijnsplitter, moet u deze omzeilen en de modem rechtstreeks op de telefoonwandaansluiting aansluiten. Als u een lijn gebruikt die 3 m of langer is, moet u een kortere lijn uitproberen.

Voer de Modem Helper-diagnose uit — Klik op de knop Start, wijs naar Alle programma's en klik op Modem Helper. Volg de instructies op het scherm om modemproblemen te identificeren en op te lossen (op sommige computers is Modem Helper niet beschikbaar).

Controleer of de modem communiceert met Windows —

  1. Klik op de knop Start en daarna op Configuratiescherm.

  2. Klik vervolgens op Printers en andere hardware.

  3. Klik op Telefoon- en modemopties.

  4. Klik op de tab Modems.

  5. Klik op de COM-poort voor uw modem.

  6. Klik op Eigenschappen, klik op de tab Diagnostische gegevens en klik daarna op Instellingen opvragen om te controleren of de modem communiceert met Windows.

Als alle opdrachten worden beantwoord, werkt het modem goed.

Controleer of u verbinding hebt met internet — Controleer of u een abonnement hebt genomen bij een internetaanbieder. Open het e-mailprogramma Outlook Express en klik op Bestand. Als er een vinkje staat naast Off line werken, moet u op het vinkje klikken om het te verwijderen en verbinding te maken met internet. Neem voor hulp contact op met uw internetserviceaanbieder.

Scan de computer op spyware — Als uw computer zeer traag is, vaak last heeft van pop-upadvertenties of problemen met het opzetten van een internetverbinding, is uw computer mogelijk geïnfecteerd met spyware. Gebruik een virusscanner met bescherming tegen spyware (mogelijk is voor uw programma een upgrade nodig) om de computer te scannen en eventuele spyware te verwijderen. Ga voor meer informatie naar support.dell.com en zoek op het trefwoord spyware.


Foutberichten

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.

Als het bericht niet wordt vermeld, raadpleegt u de documentatie bij het besturingssysteem of het programma dat werd uitgevoerd toen het bericht verscheen.

Auxiliary device failure (fout in hulpapparaat) — Er kan een fout zitten in de touchpad, de track stick of de externe muis. Controleer bij een externe muis de kabelaansluiting. Schakel de optie Pointing Device (aanwijsapparaat) in het systeeminstallatieprogramma in (zie Het systeeminstallatieprogramma gebruiken). Als het probleem aanhoudt, moet u contact opnemen met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.

Bad command or file name (onjuiste opdracht of bestandsnaam) — Controleer of u de opdracht correct hebt gespeld, spaties op de juiste plaats hebt gezet en de correct padnaam hebt gebruikt.

Cache disabled due to failure (cache uitgeschakeld wegens fout) — Er is een fout opgetreden in de primaire cache van de microprocessor. Neem contact op met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.

CD drive controller failure (fout in controller van cd-station) — Het cd-station reageert niet meer op opdrachten van de computer. Zie Problemen met stations.

Data error (gegevensfout) — De vaste schijf kan de gegevens niet lezen. Zie Problemen met stations.

Decreasing available memory (afnemend beschikbaar geheugen) — Een of meer geheugenmodules zijn defect of zitten niet goed vast. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig. Zie Geheugen.

Disk C: failed initialization (initialisiatie schijf C: mislukt) — De vaste schijf kon niet worden geïnitialiseerd. Voer de vaste-schijftests in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) uit. Zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma).

Drive not ready (station niet gereed) — Er moet een vaste schijf in de houder zitten om verder te kunnen gaan. Monteer een vaste schijf in de vaste-schijfhouder. Zie Vaste schijf.

Error reading PCMCIA card (fout bij lezen van PCMCIA-kaart) — De computer herkent de ExpressCard niet. Steek de kaart opnieuw erin of probeer een andere kaart. Zie ExpressCards.

Extended memory size has changed (hoeveelheid uitgebreid geheugen is gewijzigd) — De hoeveelheid geheugen opgenomen in NVRAM komt niet overeen met de hoeveelheid geheugen die in de computer is geïnstalleerd. Start de computer opnieuw op. Als de fout opnieuw optreed, moet u contact opnemen met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.

The file being copied is too large for the destination drive (het bestand dat wordt gekopieerd, is te groot voor het doelstation) — Het bestand dat u wilt kopiëren, is te groot om op de schijf te passen of de schijf is te vol. Probeer het bestand naar een andere schijf te kopiëren of gebruik een schijf met een grotere capaciteit.

A filename cannot contain any of the following characters (de volgende tekens mogen niet voorkomen in een bestandsnaam): \ / : * ? " < > | — Gebruik deze tekens niet in bestandsnamen.

Gate A20 failure (fout in gate A20) — Mogelijk zit er een geheugenmodule los. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig. Zie Geheugen.

General failure (algemene fout) — Het besturingssysteem kan de opdracht niet uitvoeren. Dit bericht wordt gewoonlijk gevolgd door specifieke informatie, bijvoorbeeld Papier is op. Voer de juiste actie uit.

Hard-disk drive configuration error (configuratiefout vaste-schijfstation) — De computer herkent het stationstype niet. Schakel de computer uit, verwijder de vaste schijf (zie Vaste schijf) en start de computer op vanaf een cd. Schakel daarna de computer weer uit, plaats de vaste schijf terug en start de computer opnieuw op. Voer de vaste-schijftests in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

Hard-disk drive controller failure 0 (fout in controller vaste-schijfstation 0) — De vaste schijf reageert niet meer op opdrachten van de computer. Schakel de computer uit, verwijder de vaste schijf (zie Vaste schijf en start de computer op vanaf een cd. Schakel daarna de computer weer uit, plaats de vaste schijf terug en start de computer opnieuw op. Als het probleems aanhoudt, probeert u een ander station. Voer de vaste-schijftests in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

Hard-disk drive failure (storing in vaste-schijfstation) — De vaste schijf reageert niet meer op opdrachten van de computer. Schakel de computer uit, verwijder de vaste schijf (zie Vaste schijf) en start de computer op vanaf een cd. Schakel daarna de computer weer uit, plaats de vaste schijf terug en start de computer opnieuw op. Als het probleems aanhoudt, probeert u een ander station. Voer de vaste-schijftests in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

Hard-disk drive read failure (fout bij lezen van vaste-schijfstation) — Mogelijk is de vaste schijf defect. Schakel de computer uit, verwijder de vaste schijf (zie Vaste schijf en start de computer op vanaf een cd. Schakel daarna de computer weer uit, plaats de vaste schijf terug en start de computer opnieuw op. Als het probleems aanhoudt, probeert u een ander station. Voer de vaste-schijftests in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

Insert bootable media (plaats een opstartbaar medium) — Het besturingssysteem probeert op te starten vanaf een niet-opstartbare cd. Plaats een opstartbare cd.

Invalid configuration information-please run System Setup Program (ongeldige configuratiegegevens - voer het systeeminstallatieprogramma uit) — De systeemconfiguratiegegevens komen niet overeen met de hardwareconfiguratie. De grootste kans dat dit bericht wordt weergegeven, is na het plaatsen van een geheugenmodule. Corrigeer de van toepassing zijnde opties in het systeeminstallatieprogramma (zie Het systeeminstallatieprogramma gebruiken).

Keyboard clock line failure (fout in kloklijn toetsenbord) — Controleer bij een extern toetsenbord de kabelaansluiting. Voer de Keyboard Controller -test uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

Keyboard controller failure (fout in keyboardcontroller) — Controleer bij een extern toetsenbord de kabelaansluiting. Start de computer opnieuw op en raak tijdens het opstarten het toetsenbord en de muis niet aan. Voer de Keyboard Controller-test uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

Keyboard date line failure (fout in datalijn toetsenbord) — Controleer bij een extern toetsenbord de kabelaansluiting. Voer de Keyboard Controller-test uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

Keyboard stuck key failure (toetsenbordtoets zit vast) — Controleer bij een extern toetsenbord of -blok de kabelaansluiting. Start de computer opnieuw op en raak tijdens het opstarten het toetsenbord en de toetsen niet aan. Voer de Stuck Key -test uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

Licensed content is not accessible in MediaDirect (gelicentieerde inhoud is niet toegankelijk in MediaDirect — Dell MediaDirect™ kan de DRM-beperkingen (Digital Rights Management) op het bestand niet controleren en kan het daarom niet afspelen. Zie Problemen met Dell MediaDirect.

Memory address line failure at address, read value expecting value (adreslijnfout geheugen in adres, gelezen waarde verwacht waarde) — Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie Geheugen).

Memory allocation error (geheugentoewijzingsfout) — Er is een conflict tussen de software die u wilt uitvoeren en het besturingssysteem of een ander programma of hulpprogramma. Schakel de computer uit, wacht 30 seconden en start hem opnieuw op. Probeer het programma opnieuw uit te voeren. Als het foutbericht nog steeds wordt weergegeven, moet u de documentatie bij de software raadplegen.

Memory data line failure at address, read value expecting value (datalijnfout geheugen in adres, gelezen waarde verwacht waarde) — Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie Geheugen).

Memory double word logic failure at address, read value expecting value (dubbelwoordlogicafout geheugen in adres, gelezen waarde verwacht waarde) — Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie Geheugen).

Memory odd/even word logic failure at address, read value expecting value (oneven/even-logicafout geheugen in adres, gelezen waarde verwacht waarde) — Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie Geheugen).

Memory write/read failure at address, read value expecting value (lees/schrijffout geheugen in adres, gelezen waarde verwacht waarde) — Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie Geheugen).

No boot device available (geen opstartapparaat beschikbaar) — De computer kan de vaste schijf niet vinden. Als de vaste schijf uw opstartapparaat is, moet u controleren of deze is gemonteerd, goed vastzit en als opstartapparaat is gepartitioneerd.

No boot sector on hard drive (geen opstartsector op vaste schijf) — Mogelijk is het besturingssysteem beschadigd. Neem contact op met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.

No timer tick interrupt (geen timertikonderbreking) — Mogelijk werkt een chip op de systeemkaart niet goed. Voer de System Set-tests uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

Not enough memory or resources. Exit some programs and try again (onvoldoende geheugen of bronnen; sluit een aantal programma's af en probeer het opnieuw) — Er zijn te veel programma's geopend. Sluit alle vensters en open het programma dat u wilt gebruiken.

Operating system not found (besturingssysteem niet gevonden) — Monteer de vaste schijf opnieuw (zie Vaste schijf). Als het probleem aanhoudt, moet u contact opnemen met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.

Optional ROM bad checksum (onjuiste controlesom optionele ROM) — Blijkbaar zit er een fout in de optionele ROM. Neem contact op met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.

A required .DLL file was not found (een vereist .DLL-bestand is niet gevonden) — Het programma dat u wilt openen, mist een essentieel bestand. Verwijder het programma en installeer het opnieuw.

  1. Klik op de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm.

  2. Dubbelklik op Software.

  3. Selecteer het programma dat u wilt verwijderen.

  4. Klik op Verwijderen of Wijzigen/Verwijderen en volg de instructies op het scherm.

  5. Raadpleeg de documentatie bij het programma voor installatie-instructies.

Sector not found (sector niet gevonden) — Het besturingssysteem kan geen sector op de vaste schijf vinden. Mogelijk is er een defecte sector of beschadigde FAT op de vaste schijf. Voer het Windows-hulpprogramma voor foutcontrole uit om de bestandsstructuur op de vaste schijf te controleren. Zie Help en ondersteuning van Windows voor instructies. Zie Help en ondersteuning van Windows voor het openen van de Help en ondersteuning. Als een groot aantal sectoren defect zijn, maakt u (indien mogelijk) een back-up van de gegevens en formatteert u de vaste schijf opnieuw.

Seek error (zoekfout) — Het besturingssysteem kan een bepaald spoor op de vaste schijf niet vinden.

Afsluitfout — Mogelijk werkt een chip op de systeemkaart niet goed. Voer de System Set-tests uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

Time-of-day clock lost power (dagtijdklok heeft geen voeding meer) — Er zijn systeemconfiguratie-instellingen beschadigd Sluit de computer aan op een stopcontact om de batterij op te laden. Als het probleem aanhoudt, moet u proberen de gegevens de herstellen door het systeeminstallatieprogramma te openen. Sluit het programma daarna direct af. Zie Het systeeminstallatieprogramma gebruiken. Als het bericht opnieuw verschijnt, moet u contact opnemen met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.

Time-of-day clock stopped (dagtijdklok is gestopt) — Mogelijk moet de reservebatterij die de systeemconfiguratie-instellingen ondersteunt, worden opgeladen. Sluit de computer aan op een stopcontact om de batterij op te laden. Als het probleem aanhoudt, moet u contact opnemen met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.

Time-of-day not set-please run the system setup program (dagtijd is niet ingesteld; voer het systeeminstallatieprogramma uit) — De in het systeeminstallatieprogramma ingestelde tijd of datum komt niet overeen met die van de systeemklok. Corrigeer de instellingen voor de opties Datum en Tijd. Zie Het systeeminstallatieprogramma gebruiken.

Timer chip counter 2 failed (fout in timerchipteller 2) — Mogelijk werkt een chip op de systeemkaart niet goed. Voer de System Set-tests uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

Unexpected interrupt in protected mode (onverwachte onderbreking in veilige modus) — Mogelijk werkt de toetsenbordcontroller niet goed of zit er een geheugenmodule los. Voer de System Memory-tests en de Keyboard Controller-test uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

x:\ is niet toegankelijk. Het apparaat is niet gereed — Plaats een schijf in het station en probeer het opnieuw.

Warning: Battery is critically low (waarschuwing: batterij is bijna leeg) — De batterij is bijna leeg. Plaats een volle batterij of sluit de computer op een stopcontact aan. Activeer anders de slaapstand of schakel de computer uit.


Problemen met de ExpressCard

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.

Controleer de ExpressCard — Zorg ervoor dat de ExpressCard goed in de connector is gestoken.

Zorg ervoor dat Windows de kaart herkent — Dubbelklik op het pictogram Hardware veilig verwijderen op de Windows-taakbalk. Controleer of de kaart wordt vermeld.

Als er problemen zijn met een ExpressCard die door Dell is geleverd — Neem contact op met Dell. Zie Contact opnemen met Dell. Zie bij ExpressCards voor mobiel breedband (WWAN) ook Mobiel Breedband (Wireless Wide Area Network [WWAN]).

Als er problemen zijn met een ExpressCard die niet door Dell is geleverd — Neem contact op met de fabrikant van de ExpressCard.


Problemen met IEEE 1394-apparaten

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.

Controleer of Windows het IEEE 1394-apparaat herkent —

  1. Klik op de knop Start en daarna op Configuratiescherm.

  2. Klik vervolgens op Printers en andere hardware.

Als uw IEEE 1394-apparaat wordt vermeld, herkent Windows het apparaat.

Als er problemen zijn met een IEEE 1394-apparaat dat door Dell is geleverd — Neem contact op met Dell of de fabrikant van het IEEE 1394-apparaat. Zie Contact opnemen met Dell.

Als er problemen zijn met een IEEE 1394-apparaat dat niet door Dell is geleverd — Neem contact op met Dell of de fabrikant van het IEEE 1394-apparaat. Zie Contact opnemen met Dell.

Zorg ervoor dat het IEEE 1394-apparaat goed in de connector is gestoken


Toetsenbordproblemen

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
OPMERKING: Gebruik het geïntegreerde toetsenbord wanner u Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) of het systeeminstallatieprogramma gebruikt. Wanneer u een extern toetsenbord aansluit, blijft het geïntegreerde toetsenbord volledig werken.

Problemen met extern toetsenbord

OPMERKING: Wanneer u een extern toetsenbord aansluit, blijft het geïntegreerde toetsenbord volledig werken.

Controleer de toetsenbordkabel — Sluit de computer af. Ontkoppel de toetsenbordkabel, controleer deze op beschadigingen en sluit de kabel daarna goed aan. Als u een toetsenbordverlengkabel gebruikt, moet u deze ontkoppelen en het toetsenbord rechtstreeks op de computer aansluiten.

Gebruik het externe toetsenbord —

  1. Schakel de computer uit, wacht 1 minuut en schakel hem weer in.

  2. Controleer of de lampjes van de cijfers, hoofdletters en de scroll lock knipperen tijdens het opstarten.

  3. Klik op het Windows-bureaublad op de knop Start, wijs naar Alle Programma's® Bureau-accessoires en klik op Kladblok.

  4. Typ een paar tekens met het externe toetsenbord en controleer of ze op het scherm worden weergegeven.

Als u deze stappen niet kunt controleren, is uw externe toetsenbord mogelijk defect.

Als u wilt controleren of het probleem aan het externe toetsenbord ligt, moet u het geïntegreerde toetsenbord controleren —

  1. Sluit de computer af.

  2. Maak het externe toetsenbord los.

  3. Zet de computer aan.

  4. Klik op het Windows-bureaublad op de knop Start, wijs naar Alle Programma's® Bureau-accessoires en klik op Kladblok.

  5. Typ een paar tekens met het geïntegreerde toetsenbord en controleer of ze op het scherm worden weergegeven.

Als de tekens nu wel worden weergegeven, wat niet het geval was bij het externe toetsenbord, is mogelijk uw externe toetsenbord defect. Neem contact op met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.

Voer de diagnostische tests voor het toetsenbord uit — Voer de PC-AT Compatible Keyboards-tests uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)). Als uit de tests blijkt dat het externe toetsenbord defect is, moet u contact opnemen met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.

Onverwachte tekens

Schakel het numerieke toetsenblok uit — Druk op <Num Lock> om het numerieke toetsenblok uit te schakelen als er cijfers in plaats van letters worden weergegeven. Controleer of het lampje van de cijfers niet brandt.


Vastlopen en softwareproblemen

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.

De computer start niet op

Controleer of de netadapter goed is aangesloten op de computer en het stopcontact

De computer reageert niet meer

KENNISGEVING: U loopt het risico gegevens te verliezen als u het besturingssysteem niet afsluit.

Zet de computer uit — Als u geen reactie krijgt door op een toets op het toetsenbord te drukken of de muis te bewegen, moet u de aan/uit-knop minstens 8-10 seconden ingedrukt houden totdat de computer uitgaat. Start de computer vervolgens opnieuw op.

Een programma reageert niet meer of blijft crashen

Beëindig het programma —

  1. Druk tegelijkertijd op <Ctrl><Shift><Esc>.

  2. Klik op de tab Toepassingen en selecteer het programma dat niet meer reageert.

  3. Klik op Taak beëindigen.

OPMERKING: Mogelijk wordt het programma chkdsk uitgevoerd wanneer u de computer opnieuw opstart. Volg de instructies op het scherm.

Raadpleeg de softwaredocumentatie — Indien nodig maakt u de installatie van het programma ongedaan en installeer u het opnieuw. Bij software worden normaliter installatie-instructies geleverd in de vorm van een installatiehandleiding of op een diskette of cd.

Er is een programma dat is ontwikkeld voor een eerdere versie van het Microsoft® Windows®-besturingssysteem

Voer de wizard Programmacompatibiliteit uit — De wizard Programmacompatibiliteit configureert een programma op zodanige wijze dat het in een omgeving wordt uitgevoerd die lijkt op andere dan Windows XP-besturingssysteemomgevingen.

  1. Klik op de knop Start, wijs naar Alle programma's® Bureau-accessoires en klik op Modem Helper.

  2. Klik in het welkomstscherm op Volgende.

  3. Volg de instructies op het scherm.

Er verschijnt een blauw scherm

Zet de computer uit — Als u geen reactie krijgt door op een toets op het toetsenbord te drukken of de muis te bewegen, moet u de aan/uit-knop minstens 8-10 seconden ingedrukt houden totdat de computer uitgaat. Start de computer vervolgens opnieuw op.

Problemen met Dell MediaDirect

Controleer het Help-bestand van Dell MediaDirect voor informatie — Klik op ? onder aan het MediaDirect-scherm om de Help te openen.

Om films met Dell MediaDirect af te kunnen spelen moet u een dvd-station en de Dell-dvd-speler hebben — Als u een dvd-station bij uw computer hebt gekocht, moet deze software al zijn geïnstalleerd.

Problemen met videokwaliteit — Schakel de optie Hardwareversnelling gebruiken uit. Deze functie maakt gebruik van de speciale verwerking in bepaalde grafische kaarten om de belasting van de processor te reduceren bij het afspelen van dvd's en bepaalde typen videobestanden

Sommige mediabestanden kunnen niet worden afgespeeld — Omdat Dell MediaDirect toegang biedt tot mediabestanden buiten de Windows XP-besturingssysteemomgeving, is de toegang tot gelicentieerde inhoud beperkt. Gelicentieerde inhoud is digitale inhoud waarop Digital Rights Management (DRM) is toegepast. De Dell MediaDirect-omgeving kan DRM-beperkingen niet controleren, zodat gelicentieerde bestanden niet kunnen worden afgespeeld. Naast gelicentieerde muziek- en videobestanden staat een slotpictogram. U kunt wel toegang krijgen tot gelicentieerde bestanden in de Windows XP-besturingssysteemomgeving.

De kleurinstellingen aanpassen voor films die scènes bevatten die te donker of te licht zijn — Klik op EagleVision om een videoverbeteringstechniek te gebruiken die video-inhoud detecteert en dynamisch de helderheid, het contrast en de verzading aanpast.

KENNISGEVING: Het is niet mogelijk de functie Dell MediaDirect opnieuw te installeren als u de vaste schijf vrijwillig opnieuw formatteert. Neem contact op met Dell voor hulp. Zie Contact opnemen met Dell.

Andere softwareproblemen

Raadpleeg de softwaredocumentatie of neem contact op met de softwarefabrikant voor informatie over probleemoplossing —

  • Ga na of het programma compatibel is met het besturingssysteem dat op de computer is geïnstalleerd.

  • Controleer of de computer voldoet aan de minimale hardwarevereisten voor de software. Raadpleeg de softwaredocumentatie voor informatie.

  • Controleer of het programma op juiste wijze is geïnstalleerd en geconfigureerd.

  • Controleer of de stuurprogramma's voor het apparaat niet met het programma conflicteren.

  • Indien nodig maakt u de installatie van het programma ongedaan en installeer u het opnieuw.

Maak direct een reservekopie van uw bestanden

Gebruik een virusscanner om de vaste schijf, diskettes of cd's te scannen

Bewaar en sluit alle geopende bestanden of programma's en sluit de computer af via het menu Start

Scan de computer op spyware — Als uw computer zeer traag is, vaak last heeft van pop-upadvertenties of problemen met het opzetten van een internetverbinding, is uw computer mogelijk geïnfecteerd met spyware. Gebruik een virusscanner met bescherming tegen spyware (mogelijk is voor uw programma een upgrade nodig) om de computer te scannen en eventuele spyware te verwijderen. Ga voor meer informatie naar support.dell.com en zoek op het trefwoord spyware.

Voer Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) uit — Als alle tests met succes zijn afgewerkt, is de foutmelding het gevolg van een softwareprobleem. Zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma).


Problemen met geheugen

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.

Als er een bericht verschijnt dat aangeeft dat er onvoldoende geheugen is —

  • Bewaar en sluit alle geopende bestanden of programma's die u niet gebruikt om erachter te komen of daarmee het probleem is opgelost.

  • Raadpleeg de documentatie bij de software voor de minimale geheugeneisen. Plaats indien nodig extra geheugen (zie Geheugen).

  • Druk de geheugenmodules stevig vast om ervoor te zorgen dat de computer ermee kan communiceren (zie Geheugen).

  • Voer Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).

Als er andere problemen met het geheugen zijn —

  • Druk de geheugenmodules stevig vast om ervoor te zorgen dat de computer ermee kan communiceren (zie Geheugen).

  • Zorg ervoor dat u de richtlijnen voor het plaatsen van geheugenmodules volgt (zie Geheugen).

  • Voer Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma)).


Netwerkproblemen

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.

Controleer de netwerkkabelconnector — Controleer of de netwerkkabel stevig in de netwerkconnector aan de achterkant van de computer en de netwerkaansluiting is gestoken.

Controleer de netwerklampjes op de netwerkconnector — Als er geen lampje brandt, betekent dit dat er geen netwerkcommunicatie is. Vervang de netwerkkabel.

Start de computer opnieuw op en meldt u weer aan bij het netwerk

Controleer uw netwerkinstellingen — Neem contact op met de netwerkbeheerder of degene die uw netwerk heeft ingesteld om te controleren dat de netwerkinstellingen correct zijn en dat het netwerk functioneert.

Mobiel Breedband (Wireless Wide Area Network [WWAN])

OPMERKING: De gebruikershandleiding van de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten) en die van de ExpressCard voor mobiel breedband vindt u via Help en ondersteuning van Windows. Zie Help en ondersteuning van Windows voor het openen van de Help en ondersteuning. U kunt de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten) ook downloaden vanaf support.dell.com.
OPMERKING: In het systeemvak verschijnt het -pictogram als er op de computer een Dell WWAN-apparaat is geïnstalleerd. Dubbelklik op het pictogram om het hulpprogramma te starten.

Activeer de ExpressCard voor mobiel breedband — U kunt pas verbinding maken met het netwerk wanneer u de ExpressCard voor mobiel breedband hebt geactiveerd. Plaats de muis op het pictogram in het systeemvak om de status van de verbinding te controleren. Als de kaart niet is geactiveerd, volgt u de instructies voor het activeren ervan in de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten). U opent het hulpprogramma door te dubbelklikken op het pictogram in de rechterhoek van de taakbalk. Als uw ExpressCard niet van Dell is, raadpleegt u de instructies van de fabrikant van uw kaart.

Controleer de netwerkverbindingsstatus in de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten) — Dubbelklik op het pictogram om de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten) te openen. Controleer de status in het hoofdvenster:

  • No card detected (geen kaart gevonden) — Start de computer opnieuw op en open de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten) opnieuw.

  • Check your WWAN service (controleer uw WWAN-service) — Neem contact op met uw draadloze serviceaanbieder.


Voedingsproblemen

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.

Controleer het aan/uit-lampje — Wanneer het aan/uit-lampje brandt of knippert, heeft de computer voeding. Als het aan/uit-lampje knippert, staat de computer op stand-by — druk op de voedingsknop om de stand-bymodus uit te schakelen. Als het lampje uit is, moet u op de aan/uit-knop drukken om de computer aan te zetten.

OPMERKING: Zie voor informatie over de stand-bymodus Energiebeheermodi.

Laad de batterij op — Mogelijk is de batterij leeg.

  1. Plaats de batterij terug.

  2. Gebruik de netadapter om de computer aan te sluiten op een stopcontact.

  3. Zet de computer aan.

OPMERKING: De werkingsduur van de batterij (de tijd gedurende welke de batterij stroom kan leveren) neemt met de tijd af. Afhankelijk van de frequentie waarmee de batterij wordt gebruikt en de gebruiksomstandigheden kan het zijn dat u tijdens de levensduur van de computer een nieuwe batterij moet aanschaffen.

Controleer het batterijstatuslampje — Als het batterijstatuslampje oranje knippert of continu oranje is, is de batterij bijna of helemaal leeg. Steek de stekker van de computer in het stopcontact.

Als het batterijlampje afwisselend groen en oranje wordt, is de batterij te heet om opgeladen te kunnen worden. Schakel de computer uit, haal de stekker van de computer uit het stopcontact en laat de batterij en de computer afkoelen tot kamertemperatuur.

Als het batterijstatuslampje snel oranje knippert, is de batterij mogelijk defect. Neem contact op met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.

Controleer de temperatuur van de batterij — Als de temperatuur van de batterij lager is dan 0°C, start de computer niet op.

Test het stopcontact — Controleer of er stroom uit het stopcontact komt, door er een ander apparaat, zoals een lamp, op aan te sluiten.

Controleer de netadapter — Controleer de aansluitingen van de netadapterkabel. Als er een lampje op de netadapter zit, moet u controleren of dat brandt.

Steek de stekker van de computer rechtstreeks in het stopcontact — Omzeil voedingsbeschermingsapparaten, contactdozen en de verlengkabel om te controleren of de computer aangaat.

Hef mogelijke interferentie op — Schakel ventilatoren, tl-lampen, halogeenlampen en andere apparaten in de buurt uit.

De voedingseigenschappen aanpassen — Zie Energiebeheermodi.

Plaats de geheugenmodules opnieuw — Als het aan/uit-lampje van de computer gaat branden, maar het scherm leeg blijft, plaats dan de geheugenmodules opnieuw (zie Geheugen).

Zorgen voor voldoende voeding naar uw computer

Uw computer is ontworpen voor het gebruik van de 65-W-netadapter; voor optimale systeemprestaties kunt u kiezen voor de optionele 90-W-netadapter. Bij gebruik van de 90-W-netadapter duurt het mogelijk langer om de batterij van de computer opnieuw op te laden.


Printerproblemen

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
OPMERKING: Als u technische ondersteuning voor uw printer nodig hebt, moet u contact opnemen met de printerfabrikant.

Controleer of de printer is ingeschakeld

Controleer de printerkabelaansluitingen —

  • Raadpleeg de documentatie bij de printer voor informatie over kabelaansluitingen.

  • Controleer of de printerkabels goed zijn aangesloten op de printer en de computer.

Test het stopcontact — Controleer of er stroom uit het stopcontact komt, door er een ander apparaat, zoals een lamp, op aan te sluiten.

Zorg ervoor dat Windows de printer herkent —

  1. Klik op de knop Start, klik op Configuratiescherm en klik daarna op Printers en andere hardware.

  2. Klik op Reeds geïnstalleerde printers en faxprinters weergeven.

Als de printer wordt vermeld, klikt u met de rechtermuisknop op het printerpictogram.

  1. Klik op Eigenschappen en klik daarna op de tab Poorten. Zorg er bij een parallele printer voor dat de instelling voor Afdrukken naar de volgende poort(en): LPT1 (Printerpoort) is. Zorg er bij een USB- printer voor dat de instelling voor Afdrukken naar de volgende poort(en): USB is.

Installeer het printerstuurprogramma opnieuw — Raadpleeg de documentatie bij de printer voor instructies


Scannerproblemen

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.
OPMERKING: Als u technische ondersteuning voor uw scanner nodig hebt, moet u contact opnemen met de scannerfabrikant.

Raadpleeg de documentatie bij de printer — Raadpleeg de documentatie bij de printer voor installatie- en probleemoplossingsinformatie.

Raadpleeg de documentatie bij de scanner — Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor installatie- en probleemoplossingsinformatie.

Ontgrendel de scanner — Zorg ervoor dat uw scanner is ontgrendeld als deze voorzien is van een vergrendelingslipje of -knop.

Start de computer opnieuw op en probeer opnieuw te werken met de scanner

Controleer de kabelaansluitingen —

  • Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor informatie over kabelaansluitingen.

  • Controleer of de scannerkabels goed zijn aangesloten op de scanner en de computer.

Zorg ervoor dat Windows de scanner herkent —

  1. Klik op de knop Start, klik op Configuratiescherm en klik daarna op Printers en andere hardware.

  2. Klik op Scanners en camera's.

Als uw scanner wordt vermeld, herkent Windows de scanner

Installeer het scannerstuurprogramma opnieuw — Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor instructies.


Problemen met geluid en luidsprekers

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.

Er komt geen geluid uit de geïntegreerde luidsprekers

Stel de Windows-volumeregeling bij — Dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de rechteronderhoek van het scherm. Controleer of het volume omhoog is bijgesteld en dat het geluid niet is gedempt. Stel de volume-, bas- of hogetonenregelaars bij om vervorming ongedaan te maken.

Pas het volume aan met de sneltoetsen op het toetsenbord — Druk op <Fn><End> om de ingebouwde luidsprekers uit te schakelen (te dempen) of opnieuw in te schakelen.

Installeer het (audio)stuurprogramma opnieuw — Zie Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren.

Er komt geen geluid uit de externe luidsprekers

Controleer of de subwoofer en de luidsprekers zijn ingeschakeld — Raadpleeg het installatiediagram dat bij de luidsprekers is geleverd. Als uw luidsprekers zijn voorzien van volumeregelaars, moet u het volume, de bastonen of de hoge tonen bijstellen om vervorming ongedaan te maken.

Stel de Windows-volumeregeling bij — Klik of dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de rechteronderhoek van het scherm. Controleer of het volume omhoog is bijgesteld en dat het geluid niet is gedempt.

Maak de hoofdtelefoon los van de hoofdtelefoonconnector — Het geluid uit de luidsprekers wordt automatisch uitgeschakeld wanneer er een hoofdtelefoon wordt aangesloten op de hoofdtelefoonconnector in het frontpaneel van de computer.

Test het stopcontact — Controleer of er stroom uit het stopcontact komt, door er een ander apparaat, zoals een lamp, op aan te sluiten.

Hef mogelijke interferentie op — Schakel ventilatoren, tl-lampen of halogeenlampen in de buurt uit om te controleren of er sprake is van interferentie.

Installeer het audiostuurprogramma opnieuw — Zie Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren.

Voer Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma) uit — Zie Dell Diagnostics (Dell-diagnoseprogramma).

OPMERKING: De volumeregeling in sommige MP3-spelers neemt voorrang op de Windows-volume-instelling. Als u naar MP3-songs hebt geluisterd, moet u controleren of u het volume van de speler niet omlaag hebt gebracht of hebt uitgeschakeld.

Er komt geen geluid uit de hoofdtelefoon

Controleer de kabelaansluiting van de hoofdtelefoon — Controleer of de kabel van de hoofdtelefoon stevig in de hoofdtelefoonconnector is gestoken (zie audioconnectoren).

Stel de Windows-volumeregeling bij — Klik of dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de rechteronderhoek van het scherm. Controleer of het volume omhoog is bijgesteld en dat het geluid niet is gedempt.


Problemen met de touchpad of met de muis

Controleer de instellingen van de touchpad —

  1. Klik op de knop Start, klik op Configuratiescherm en klik daarna op Printers en andere hardware.

  2. Klik op Muis.

  3. Probeer de instellingen aan te passen.

Controleer de muiskabel — Sluit de computer af. Ontkoppel de muiskabel, controleer deze op beschadigingen en sluit de kabel daarna goed aan.

Als u een muisverlengkabel gebruikt, moet u deze ontkoppelen en de muis rechtstreeks op de computer aansluiten.

Om te controleren dat het probleem aan de muis ligt, moet u de touchpad controleren —

  1. Sluit de computer af.

  2. Ontkoppel de muis.

  3. Zet de computer aan.

  4. Gebruik op het Windows -bureaublad de touchpad om de cursor rond te bewegen, selecteer een pictogram en open dit.

Als de touchpad goed werkt, is mogelijk de muis defect.

Installeer het touchpad-stuurprogramma opnieuw — Zie Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren.


Video- en beeldschermproblemen

WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids.

Als het beeldscherm leeg is

OPMERKING: Als u een programma gebruikt die een hogere resolutie vereist dan uw computer ondersteund, is het raadzaam om een externe monitor op uw computer aan te sluiten.

Controleer de batterij — Als u een batterij gebruikt om uw computer van stroom te voorzien, is mogelijk de batterij leeg. Sluit de computer met behulp van de netadapter aan op een stopcontact en schakel de computer in.

Test het stopcontact — Controleer of er stroom uit het stopcontact komt, door er een ander apparaat, zoals een lamp, op aan te sluiten.

Controleer de netadapter — Controleer de aansluitingen van de netadapterkabel. Als er een lampje op de netadapter zit, moet u controleren of dat brandt.

Steek de stekker van de computer rechtstreeks in het stopcontact — Omzeil voedingsbeschermingsapparaten, contactdozen en de verlengkabel om te controleren of de computer aangaat.

De voedingseigenschappen aanpassen — Zoek op het trefwoord stand-by in Windows Help en ondersteuning. Zie Help en ondersteuning van Windows voor het openen van de Help en ondersteuning.

Verplaats het videobeeld — Als er een externe monitor op uw computer is aangesloten, drukt u op <Fn><F8> om het videobeeld daarnaar te verplaatsen.

Als heb beeldscherm slecht leesbaar is

Stel de helderheid bij — Druk op <Fn> en de omhoog- en omlaagtoetsen.

Zet de externe subwoofer verder van de computer of monitor vandaan — Als uw externe luidsprekersysteem is voorzien van een subwoofer, moet u ervoor zorgen dat de subwoofer zich minimaal op een afstand van 60 cm van de computer of externe monitor bevindt.

Hef mogelijke interferentie op — Schakel ventilatoren, tl-lampen, halogeenlampen en andere apparaten in de buurt uit.

Draai de computer in een andere richting — Haal de monitor uit direct zonlicht, omdat dat kan leiden tot een slechte beeldkwaliteit.

Pas de Windows-beeldscherminstellingen aan —

  1. Klik op de knop Start en daarna op Configuratiescherm.

  2. Klik op Vormgeving en thema's.

  3. Klik op het gedeelte dat u wilt wijzigen of klik op het pictogram Beeldscherm.

  4. Probeer de verschillende instellingen uit voor Kleurkwaliteit en Beeldschermresolutie.

Zie "Foutberichten" — Als er een foutbericht verschijnt, gaat u naar Foutberichten.

Als alleen een gedeelte van het beeldscherm leesbaar is

Sluit een externe monitor aan —

  1. Schakel de computer uit en sluit er een externe monitor op aan.

  2. Zet de computer en de monitor aan en stel de helderheids- en contrastregelaars van de monitor bij.

Als de externe monitor wel goed werkt, is mogelijk het beeldscherm of de videocontroller van de computer defect. Neem contact op met Dell. Zie Contact opnemen met Dell.


Stuurprogramma's

Wat is een stuurprogramma?

Een stuurprogramma is een programma dat een apparaat zoals een printer, muis of toetsenbord beheert. Voor alle apparaten is een stuurprogramma vereist.

Een stuurprogramma fungeert als een vertaler tussen het apparaat en alle programma's die dat apparaat gebruiken. Elk apparaat heeft zijn eigen set gespecialiseerde opdrachten die alleen door het stuurprogramma worden herkend.

Dell verzendt uw computer naar u met alle vereiste stuurprogramma's reeds geïnstalleerd — er is geen verdere installatie of configuratie nodig.

KENNISGEVING: De cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) bevat mogelijk stuurprogramma's voor besturingssystemen die niet op uw computer staan. Zorg ervoor dat u de juiste software voor uw besturingssysteem installeert.

Veel stuurprogramma's, zoals het toetsenbordstuurprogramma zijn geleverd bij uw Microsoft® Windows®-besturingssysteem. Mogelijk moet u stuurprogramma's installeren wanneer u:

  • uw besturingssysteem upgradet;

  • uw besturingssysteem opnieuw installeert;

  • een nieuw apparaat aansluit of installeert.

Stuurprogramma's identificeren

Als u problemen ondervindt met een apparaat, moet u proberen te achterhalen of het stuurprogramma de bron daarvan is en, indien nodig, het stuurprogramma bijwerken.

  1. Klik op de knop Start en daarna op Configuratiescherm.

  2. Klik onder Kies een categorie op Prestaties en onderhoud.

  3. Klik op Systeem.

  4. Klik op de tab Hardware in het venster Systeemeigenschappen.

  5. Klik op Apparaatbeheer.

  6. Schuif omlaag door de lijst om te zien of er apparaten zijn met een uitroepteken (een gele cirkel met een [!]) op het apparaatpictogram.

Als er een uitroepteken naast de apparaatnaam staat, moet u mogelijk het stuurprogramma opnieuw installeren of een nieuw stuurprogramma installeren. Zie Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren.

Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren

KENNISGEVING: De Dell Support-website op support.dell.com en uw cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) bieden goedgekeurde stuurprogramma's voor Dell™-computers. Als u stuurprogramma's verkregen van andere bronnen installeert, werkt uw computer mogelijk niet goed.
OPMERKING: De cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) is optioneel en is mogelijk niet met uw computer meegeleverd.

Windows XP Vorig stuurprogramma gebruiken

Als er een probleem optreedt op uw computer nadat u een stuurprogramma hebt geïnstalleerd of bijgewerkt, moet u Windows XP Vorig stuurprogramma gebruiken om het stuurprogramma te vervangen door de eerder geïnstalleerde versie.

  1. Klik op de knop Start en daarna op Configuratiescherm.

  2. Klik onder Kies een categorie op Prestaties en onderhoud.

  3. Klik op Systeem.

  4. Klik op de tab Hardware in het venster Systeemeigenschappen.

  5. Klik op Apparaatbeheer.

  6. Klik met de rechtermuisknop op het apparaat waarvoor het nieuwe stuurprogramma werd geïnstalleerd en klik op Eigenschappen.

  7. Klik op de tab Stuurprogramma.

  8. Klik op Vorig stuurprogramma.

Als met Vorig stuurprogramma het probleem niet wordt opgelost, moet u Systeemherstel gebruiken (zie Microsoft Windows XP Systeemherstel gebruiken) om de computer terug te zetten naar de toestand waarin deze verkeerde voordat u het nieuwe stuurprogramma installeerde.

De cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) gebruiken

OPMERKING: De cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) is optioneel en is mogelijk niet met uw computer meegeleverd.

Als met Vorig stuurprogramma of Systeemherstel het probleem niet wordt opgelost, moet u het stuurprogramma opnieuw installeren vanaf de cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's).

  1. Bewaar en sluit alle geopende bestanden, en sluit alle actieve programma's af.

  2. Plaats de cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's).

Meestal wordt de cd automatisch gestart. Als dit niet het geval is, start u Windows Explorer, dubbelklikt u op het cd-station om de cd-inhoud weer te geven en dubbelklikt u op het bestand autorcd.exe. De eerste keer dat u de cd start, wordt u mogelijk gevraagd om installatiebestanden te installeren. Klik op OK en volg de instructies op het scherm om verder te gaan.

  1. Selecteer in de keuzelijst Language (taal) op de werkbalk de gewenste taal voor het stuur-of hulpprogramma (indien beschikbaar). Er verschijnt een welkomstscherm.

  2. Klik op Next (volgende).

De cd doorzoekt automatisch uw hardware op stuur- en hulpprogramma's die uw computer gebruikt.

  1. Nadat de cd de hardware heeft doorzocht, kunt u ook andere stuur- en hulpprogramma's detecteren. Selecteer onder Search Criteria (zoekcriteria) de van toepassing zijnde categorieën in de keuzelijsten System Model (systeemmodel), Operating System (besturingssysteem), en Topic (onderwerp).

Er verschijnen een of meer koppelingen voor de specifieke stuur- en hulpprogramma's die uw computer gebruikt.

  1. Klik op de koppeling voor een bepaald stuur- of hulpprogramma's voor informatie over het stuur- of hulpprogramma dat u wilt installeren.

  2. Klik op de knop Install (installeren) (indien aanwezig) om te beginnen met het installeren van het stuur- of hulpprogramma. Volg de instructies in het welkomstscherm om de installatie te voltooien.

Als er geen knop Install (installeren) is, is automatische installatie niet mogelijk. Zie voor installatie-instructies de van toepassing zijnde instructies in de volgende subsecties of klik op Extract (uitpakken), volg de uitpakinstructies en lees daarna het leesmij-bestand.

Als u de instructie krijgt om naar de stuurprogrammabestanden te bladeren, klikt u op de cd-directory in het venster met informatie over het stuurprogramma om de bestanden weer te geven die bij dat stuurprogramma horen.

Handmatig stuurprogramma's opnieuw installeren

OPMERKING: Als uw computer is voorzien van een infraroodsensor en u hiervoor een stuurprogramma opnieuw wilt installeren, moet u deze eerst inschakelen in het systeeminstallatieprogramma (zie Het systeeminstallatieprogramma gebruiken) voordat u het stuurprogramma installeert. Zie Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren. Zie voor informatie over de onderdelen die op uw computer zijn geïnstalleerd De computerconfiguratie bepalen.
  1. Nadat u de stuurprogrammabestanden hebt uitgepakt naar uw vaste schijf op de manier die in de vorige sectie is beschreven, klikt u op de knop Start en klikt u met de rechtermuisknop op Deze computer.

  2. Klik op Eigenschappen.

  3. Klik op de tab Hardware en klik op Apparaatbeheer.

  4. Dubbelklik op het type apparaat waarvoor u het stuurprogramma installeert, (bijvoorbeeld Modems of Infraroodapparaten).

  5. Dubbelklik op de naam van het apparaat waarvoor u het stuurprogramma installeert.

  6. Klik op de tab Stuurprogramma en klik op Stuurprogramma bijwerken.

  7. Klik op Ik wil zelf kiezen (geavanceerd) en klik op Volgende.

  8. Klik op Bladeren en blader naar de locatie waarnaar u de stuurprogrammabestanden hebt gekopieerd.

  9. Wanneer de naam van het juiste stuurprogramma verschijnt, klikt u op Volgende.

  10. Klik op Voltooien en start de computer opnieuw op.


Software- en hardware-incompatibiliteit oplossen

Als een apparaat niet wordt ontdekt tijdens het installeren van het besturingssysteem of wel wordt ontdekt maar verkeerd is geconfigureerd, kunt u de probleemoplosser voor hardware gebruiken om de incompatibiliteit op te lossen.

U start als volgt de probleemoplosser voor hardware:

  1. Klik op de knop Start en daarna op Help en ondersteuning.

  2. Typ probleemoplosser voor hardware in het veld Zoeken en klik op de pijl om te beginnen met zoeken.

  3. Klik op Probleemoplosser voor hardware in de lijst Zoekresultaten.

  4. Klik in de lijst onder Probleemoplosser voor hardware op Er is een hardwareconflict op de computer en klik op Volgende.


Het besturingssysteem herstellen

U kunt uw besturingssysteem op de volgende manieren herstellen:

  • Microsoft® Windows® XP Systeemherstel brengt uw computer terug naar een oudere toestand zonder verlies van persoonlijke gegevensbestanden. Gebruik Systeemherstel als de eerste oplossing voor het herstellen van uw besturingssysteem en het behouden van gegevensbestanden. Zie Microsoft Windows XP Systeemherstel gebruiken voor instructies.

  • Dell PC Restore van Symantec zet uw vaste schijf terug naar de toestand waarin deze verkeerde toen u de computer kocht. Met Dell PC Restore worden alle gegevens op de vaste schijf verwijderd, evenals alle toepassingen die werden geïnstalleerd nadat u de computer ontving. Gebruik PC Restore alleen als met Systeemherstel het probleem met uw besturingssysteem niet werd opgelost. Zie Dell PC Restore van Symantec gebruiken voor instructies.

  • Als u de cd Operating System (besturingssysteem) met de computer meegeleverd hebt gekregen, kunt u deze gebruiken om het besturingssysteem te herstellen. Met de cd Operating System (besturingssysteem) worden echter ook alle gegevens op de vaste schijf verwijderd. Gebruik de cd alleen als met Systeemherstel het probleem met uw besturingssysteem niet werd opgelost. Zie De cd Operating System (besturingssysteem) gebruiken voor instructies.

Microsoft Windows XP Systeemherstel gebruiken

Het besturingssysteem Microsoft Windows XP biedt Systeemherstel, waarmee u uw computer kunt terugzetten naar een oudere toestand (zonder dat er gegevensbestanden worden verwijderd) als wijzigingen van de hardware, software of andere systeeminstellingen de computer in een ongewenste toestand hebben gebracht. Zie Help en ondersteuning van Windows voor meer informatie over het gebruik van Systeemherstel. Zie Help en ondersteuning van Windows voor informatie over het openen van de Help.

KENNISGEVING: Maak regelmatig een reservekopie van uw gegevensbestanden. Systeemherstel controleert uw gegevensbestanden niet en herstelt ze ook niet.
OPMERKING: De procedures in dit document zijn geschreven voor de standaardweergave van Windows, dus mogelijk zijn ze niet van toepassing als u de klassieke weergave van Windows op uw Dell™-computer hebt ingesteld.

Een herstelpunt maken

  1. Klik op de knop Start en daarna op Help en ondersteuning.

  2. Klik op de taak voor Systeemherstel.

  3. Volg de instructies op het scherm.

De computer terugzetten naar een eerdere toestand

Als er problemen optreden nadat u een apparaatstuurprogramma hebt geïnstalleerd, moet u deze met Vorig stuurprogramma (zie Windows XP Vorig stuurprogramma gebruiken) oplossen. Als dat niet lukt, moet u Systeemherstel gebruiken.

KENNISGEVING: Bewaar en sluit alvorens de computer naar een eerdere toestand terug te zetten alle geopende bestanden, en sluit alle actieve programma's af. Wijzig, open en verwijder geen bestanden of programma's voordat het systeemherstel voltooid is.
  1. Klik op de knop Start, wijs naar Alle programma's® Bureau-accessoires® Systeemwerkset en klik daarna op Systeemherstel.

  2. Zorg ervoor dat Een eerdere status van deze computer herstellen is geselecteerd en klik op Volgende.

  3. Klik op de kalenderdatum waarnaar u de computer wilt terugzetten.

Het scherm Selecteer een herstelpunt biedt een kalender waarop u herstelpunten kunt zien en selecteren. Alle kalenderdatums met beschikbare herstelpunten zijn vet.

  1. Selecteer een herstelpunt en klik op Volgende.

Als er maar één herstelpunt op de kalender staat, wordt dat punt automatisch geselecteerd. Als er twee of meer herstelpunten beschikbaar zijn, klikt u op het gewenste herstelpunt.

  1. Klik op Next (volgende).

Nadat Systeemherstel klaar is met het verzamelen van gegeven, verschijnt het scherm Herstellen voltooid en vervolgens wordt de computer opnieuw opgestart.

  1. Wanneer de computer opnieuw is opgestart, klikt u op OK.

Als u een andere herstelpunt wilt gebruiken, kunt u de hierboven beschreven stappen uitvoeren met een ander herstelpunt of het huidige herstel ongedaan maken.

Het laatste systeemherstel ongedaan maken

KENNISGEVING: Bewaar en sluit alvorens het laatste systeemherstel ongedaan te maken alle geopende bestanden, en sluit alle actieve programma's af. Wijzig, open en verwijder geen bestanden of programma's voordat het systeemherstel voltooid is.
  1. Klik op de knop Start, wijs naar Alle programma's® Bureau-accessoires® Systeemwerkset en klik daarna op Systeemherstel.

  2. Klik op De laatste herstelbewerking ongedaan maken en klik op Volgende.

Systeemherstel inschakelen

Als u Windows XP opnieuw installeert terwijl er minder dan 200 MB vrije ruimte op de vaste schijf is, wordt Systeemherstel automatisch uitgeschakeld. U kunt als volgt zien of Systeemherstel is ingeschakeld:

  1. Klik op de knop Start en daarna op Configuratiescherm.

  2. Klik op Prestaties en onderhoud.

  3. Klik op Systeem.

  4. Klik op de tab Systeemherstel.

  5. Zorg ervoor dat het selectievakje Systeemherstel op alle stations uitschakelen is uitgeschakeld.

Dell PC Restore van Symantec gebruiken

KENNISGEVING: Met Dell PC Restore worden alle gegevens op de vaste schijf verwijderd, evenals alle toepassingen en stuurprogramma's die werden geïnstalleerd nadat u de computer ontving. Maak indien mogelijk een reservekopie voordat u PC Restore gebruikt. Gebruik PC Restore alleen als met Systeemherstel (zie Microsoft Windows XP Systeemherstel gebruiken) het probleem met uw besturingssysteem niet werd opgelost.
OPMERKING: Dell PC Restore van Symantec is mogelijk in bepaalde landen of op bepaalde computers niet beschikbaar.

Gebruik Dell PC Restore van Symantec alleen als laatste methode om uw besturingssysteem te herstellen. PC Restore zet uw vaste schijf terug naar de toestand waarin deze verkeerde toen u de computer kocht. Alle programma's en bestanden die zijn toegevoegd sinds u de computer hebt ontvangen, inclusief gegevensbestanden, worden permanent van de vaste schijf verwijderd. Tot de gegevensbestanden behoren documenten, spreadsheets, e-mailberichten, digitale foto's, muziekbestanden, enzovoort. Maak indien mogelijk een reservekopie voordat u PC Restore gebruikt.

U gebruikt PC Restore als volgt:

  1. Zet de computer aan.

Tijdens het opstarten verschijnt er een blauwe balk met www.dell.com boven aan het scherm.

  1. Druk zodra deze blauwe balk verschijnt op <Ctrl><F11>.

Als u te laat op <Ctrl><F11> drukt, moet u de computer helemaal laten opstarten en hem daarna opnieuw opstarten.

KENNISGEVING: Als u niet verder wilt gaan met PC Restore, moet u in de volgende stap op Reboot (opnieuw opstarten) klikken.
  1. Klik in het volgende scherm dat wordt weergegeven op Restore (herstellen).

  2. Klik in het volgende scherm op Confirm (bevestigen).

Na ongeveer 6 à 10 minuten is het herstellen voltooid.

  1. Klik op Finish (voltooien) wanneer u hierom wordt gevraagd om de computer opnieuw op te starten.

OPMERKING: Sluit de computer niet handmatig af. Klik op Finish (voltooien) en laat de computer helemaal opnieuw opstarten.
  1. Klik op Yes (ja) wanneer u hierom wordt gevraagd.

De computer wordt opnieuw opgestart. Omdat de computer wordt teruggezet naar de oorspronkelijke toestand, zijn de schermen die worden weergegeven, zoals dat van de gebruiksrechtovereenkomst, dezelfde als de schermen die werden weergegeven toen de computer voor het eerst werd aangezet.

  1. Klik op Next (volgende).

Het scherm System Restore (systeemherstel) verschijnt en de computer wordt opnieuw opgestart.

  1. Wanneer de computer opnieuw is opgestart, klikt u op OK.

Dell PC Restore verwijderen

KENNISGEVING: Als u Dell PC Restore van de vaste schijf verwijderd, wordt dit hulpprogramma permanent van de vaste schijf verwijderd. Nadat u Dell PC Restore hebt verwijderd, kunt u het niet meer gebruiken om het besturingssysteem van uw computer te herstellen.

Met Dell PC Restore kunt u uw vaste schijf terugzetten naar de toestand waarin deze verkeerde toen u de computer kocht. U wordt aangeraden om PC Restore niet te verwijderen, zelfs niet om ruimte op de vaste schijf vrij te maken. Als u PC Restore van de vaste schijf verwijdert, kunt u het nooit meer terughalen en kunt u nooit meer PC Restore gebruiken om het besturingssysteem naar de oorspronkelijk toestand terug te zetten.

U verwijdert PC Restore als volgt:

  1. Meld u aan bij de computer als lokale beheerder.

  2. Ga in Windows Verkenner naar c:\dell\utilities\DSR.

  3. Dubbelklik op de bestandsnaam DSRIRRemv2.exe.

OPMERKING: Als u zich niet aanmeldt als lokale beheerder, verschijnt er een bericht waarin staat dat u zich als beheerder moet aanmelden. Klik op Quit (afsluiten) en meld u daarna aan als lokale beheerder.
OPMERKING: Als de partitie voor PC Restore niet op uw computer bestaat, verschijnt er een bericht waarin staat dat de partitie niet is gevonden. Klik op Quit (afsluiten), want er is geen partitie die kan worden verwijderd.
  1. Klik op OK om de PC Restore-partitie van de vaste schijf te verwijderen.

  2. Klik op Yes (ja) wanneer het bevestigingsbericht verschijnt.

De PC Restore-partitie wordt verwijderd en de nieuwe beschikbare schijfruimte wordt toegevoegd aan de toegewezen vrije ruimte op de vaste schijf.

  1. Klik in Windows Verkenner met de rechtermuisknop op Lokale schijf (C), klik op Eigenschappen en controleer of de extra schijfruimte beschikbaar is aan de hand van de (als het goed is) verhoogde waarde die wordt aangegeven voor Beschikbaar.

  2. Klik op Finish (voltooien) om het venster van PC Restore Removal te sluiten.

  3. Start de computer opnieuw op.

De cd Operating System (besturingssysteem) gebruiken

Voordat u begint

Als u van plan bent om het Windows XP-besturingssysteem opnieuw te installeren om een probleem met een pas geïnstalleerd stuurprogramma te verhelpen, moet u eerst Windows XP Vorig stuurprogramma gebruiken (zie Windows XP Vorig stuurprogramma gebruiken). Als met Vorig stuurprogramma het probleem niet wordt opgelost, moet u Systeemherstel gebruiken om de computer terug te zetten naar de toestand waarin deze verkeerde voordat u het nieuwe stuurprogramma installeerde. Zie Microsoft Windows XP Systeemherstel gebruiken.

Voor het opnieuw installeren van Windows XP, hebt u het volgende nodig:

  • Dell™ cd Operating System (besturingssysteem)

  • Dell cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's)

OPMERKING: De cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) bevat de stuurprogramma's die werden geïnstalleerd tijdens het assembleren van de computer. Gebruik de cd Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) om vereiste stuurprogramma's te laden. Afhankelijk van de regio waar u de computer hebt besteld en of u wel of om de cd's hebt gevraagd, zijn de cd's Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) en Operating System (besturingssysteem) mogelijk niet met uw computer meegeleverd.

Windows XP opnieuw installeren

Het opnieuw installeren kan 1 tot 2 uur in beslag nemen. Nadat u het besturingssysteem opnieuw hebt geïnstalleerd, moet u ook de apparaatstuurprogramma's, het antivirusprogramma en de andere software opnieuw installeren.

KENNISGEVING: De cd Operating System (besturingssysteem) biedt opties voor het opnieuw installeren van Windows XP. Met deze opties kunnen bestanden worden overschreven en programma's aantasten die op de vaste schijf staan. Daarom moet u Windows XP alleen installeren als een medewerker van de technische ondersteuning van Dell u vraagt dit te doen.
KENNISGEVING: Ter voorkoming van conflicten met Windows XP moet u alle antivirusprogramma's verwijderen die op de computer zijn geïnstalleerd, voordat u Windows XP opnieuw installeert. Raadpleeg de documentatie die bij de software is geleverd voor instructies.
  1. Bewaar en sluit alle geopende bestanden, en sluit alle actieve programma's af.

  2. Plaats de cd Operating System (besturingssysteem). Klik op Afsluiten als het bericht Welkom bij Windows XP verschijnt.

  3. Start de computer opnieuw op.

  4. Druk direct op <F2> wanneer het DELL™-logo verschijnt.

Als het logo van het besturingssysteem verschijnt, wacht u totdat het Windows-bureaublad verschijnt. Sluit daarna de computer af en probeer het opnieuw.

  1. Gebruik de pijltoetsen om CD-ROM te selecteren en druk op <Enter>.

  2. Wanneer het bericht Druk op een willekeurige toets om vanaf de cd op te starten verschijnt, drukt u op een willekeurige toets.

  3. Wanneer het scherm Windows XP Setup verschijnt, drukt u op <Enter>.

  4. Volg de instructies op het scherm om het opnieuw installeren te voltooien.

  5. Wanneer het opnieuw installeren van het besturingssysteem is voltooid, installeert u de vereiste stuurprogramma's en toepassingen opnieuw. Zie Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren.


Terug naar inhoudsopgave

 

© 2012 Dell | Terms of Sale | Unresolved Issues | Privacy | Site Map | Feedback

snWEB2