User Guide

User Guide
Verklarende woordenlijst: Dell Inspiron 9400/E1705 Gebruikershandleiding

Terug naar inhoudspagina

Verklarende woordenlijst

Dell™ Inspiron™ 9400/E1705 Gebruikershandleiding


De termen in deze woordenlijst worden alleen verstrekt ter informatie en kunnen al dan niet functies beschrijven die op uw specifieke computer van toepassing zijn.


A

AC Alternating Current (wisselstroom)— Het type elektriciteit dat uw computer van stroom voorziet wanneer u de netadapter aansluit op een stopcontact.

ACPI — Advanced Configuration and Power Interface — Een energiebeheerspecificatie die Microsoft® Windows®-besturingssystemen in staat stelt om een computer in de stand-bymodus of slaapstand te zetten om de hoeveelheid stroom te besparen die is toegewezen aan elk apparaat dat op de computer is aangesloten.

ADSL — Asymmetrical Digital Subscriber Line — Een technologie die een constante internetverbinding met hoge snelheid biedt via een analoge telefoonlijn.

AGP — Accelerated Graphics Port — Een speciaal daartoe aangewezen grafische poort die ervoor zorgt dat systeemgeheugen kan worden gebruikt voor grafisch gerelateerde taken. AGP kan een vloeiend grafisch beeld in ware kleuren bieden vanwege de snellere interface tussen de videobedrading en het computergeheugen.

AHCI — Advanced Host Controller Interface — Een interface voor een host-controller van een vaste SATA-schijf die het opslagstuurprogramma in staat stelt om technologieën zoals Native Command Queuing (NCQ) en hot plug te activeren.

alleen-lezen — Gegevens en/of bestanden die u wel kunt weergeven, maar niet bewerken of verwijderen. Een bestand kan de status alleen-lezen hebben als:

    • het zich op een fysiek schrijfbeveiligde diskette, cd of dvd bevindt.
    • het zich in een map op het netwerk bevindt en de systeembeheerder alleen aan bepaalde personen rechten op deze map heeft toegekend.

ALS — Ambient Light Sensor oftewel omgevingslichtsensor.

antivirussoftware — Een programma dat ten doel heeft om computervirussen te detecteren, in quarantaine te zetten en/of van de computer te verwijderen.

apparaat — Hardware zoals een diskettestation, printer of toetsenbord die is aangesloten op, of ingebouwd in uw computer.

apparaatstuurprogramma — Zie stuurprogramma.

ASF — Alert Standards Format — Een standaard voor het definiëren van een mechanisme voor de rapportage van hardware- en softwarewaarschuwingen aan een beheerconsole. ASF is ontwikkeld om besturingssysteem- en platformonafhankelijk te zijn.


B

batterijlevensduur — De periode, uitgedrukt in jaren, gedurende welke een batterij van een draagbare computer leeg kan raken en weer worden opgeladen.

batterijwerkduur — De periode, uitgedrukt in minuten of uren, gedurende welke een batterij van een draagbare computer de computer van stroom kan voorzien.

BIOS — Basic Input/Output System — Een programma of hulpprogramma dat dient als een interface tussen de computerhardware en het besturingssysteem. U mag de BIOS-instellingen alleen wijzigen als u op de hoogte bent van het effect van deze instellingen op uw computer. Wordt ook wel het systeem-setup-programma genoemd.

bit — De kleinste gegevenseenheid die door de computer kan worden geïnterpreteerd.

Bluetooth®-technologie — Een draadloze technologiestandaard voor korte-afstands (9 m) netwerkapparaten die het mogelijk maakt dat Bluetooth-apparaten elkaar kunnen herkennen.

bps — bits per second — De standaard meeteenheid voor de snelheid van gegevensoverdracht.

BTU — British Thermal Unit — Een meeteenheid voor hitte-uitstoot.

bus — Een communicatiepad tussen de onderdelen in een computer.

bussnelheid — De snelheid, uitgedrukt in MHz, waarmee een bus in staat is om gegevens over te dragen.

byte — De basiseenheid die wordt gebruikt voor computergegevens. Met de term byte worden doorgaans 8 bits aangeduid.


C

C — Celsius — Een temperatuurschaal waarbij 0° overeenkomt met het vriespunt, en 100° overeenkomt met het kookpunt van water.

cachegeheugen — Een speciaal opslagmechanisme met hoge snelheid dat een gereserveerd gedeelte van het hoofdgeheugen kan zijn of een onafhankelijk opslagapparaat met hoge snelheid.

carnet — Een internationaal douanedocument dat de tijdelijke import van goederen door andere landen mogelijk maakt. Dit document wordt ook wel aangeduid met de term goederenpaspoort.

CD-R — CD recordable — Een beschrijfbare versie van een cd. Gegevens kunnen slechts één maal op een cd-r-schijf worden opgeslagen.

CD-RW — CD rewritable — Een herschrijfbare versie van een cd.

Cd-rw/dvd-station — Ook wel combostation genoemd. Een station dat is staat is om cd's en dvd's te lezen en naar cd-rw-schijven (beschrijfbare cd's) en cd-r-schijven (beschrijfbare cd's) te schrijven.

Cd-rw-station — Een station dat in staat is om cd's te lezen en gegevens naar cd-rw-schijven (herschrijfbare cd's) en cd-r-schijven (beschrijfbare cd's) te schrijven. Het is mogelijk om meerdere keren naar cd-rw-schijven te schrijven, maar u kunt slechts één keer naar cd-r-schijven schrijven.

COA — —Certificate of Authenticity — De alfanumerieke Windows-code die op een sticker op uw computer wordt vermeld. Wordt ook wel de productsleutel of product-id genoemd.

Code voor express-service — Een numerieke code die zich op een sticker op uw Dell™ computer bevindt. Gebruik de code voor express-service als u contact met Dell opneemt voor ondersteuning.

Configuratiescherm — Een hulpprogramma van Windows dat u in staat stelt om de instellingen van het besturingssysteem en de hardware te wijzigen, zoals bijvoorbeeld de beeldscherminstellingen.

controller — Een chip die de gegevensoverdracht tussen de processor en het geheugen of tussen de processor en apparaten regelt.

CRIMM — Continuity Rambus In-line Memory Module — Een speciale module die niet van geheugenchips is voorzien en wordt gebruikt om ongebruikte RIMM-sleuven op te vullen.

cursor — De markering op een beeldscherm die aangeeft waar de volgende toetsenbord-, touchpad- of muisactie zal plaatsvinden.


D

DDR SDRAM — Double Data Rate SDRAM — Een type SDRAM dat de gegevensuitbarstingscyclus verdubbelt, waardoor de systeemprestatie wordt verbeterd.

DDR2 SDRAM — Double Data Rate 2 SDRAM — Een type DDR SDRAM dat gebruikmaakt van een 4-bits prefetch en andere architectuurwijzigingen om de snelheid van het geheugen te vergroten tot een niveau boven de 400 MHz.

DIMM — Dual In-line Memory Module — Een bedradingsplaat die is uitgerust met geheugenchips en kan worden aangesloten op een geheugenmodule op het moederbord.

DIN-ingang — Een ronde ingang met zes pennen die voldoet aan de DIN (Deutsche Industrie-Norm)-standaarden. Deze ingang wordt normaliter gebruikt om PS/2-toetsenborden of muizen op aan te sluiten.

disk striping — Een techniek die wordt gebruikt om gegevens over meerdere schijven te verdelen. Disk striping kan processen versnellen waarbij gegevens vanuit een opslaggebied op de schijf worden opgehaald.

DMA — Direct Memory Access — Een kanaal dat bepaalde typen gegevensoverdracht tussen het RAM-geheugen en een apparaat in staat stelt om de processor te omzeilen.

DMTF — Distributed Management Task Force — Een consortium van hardware- en softwarebedrijven dat beheerstandaarden ontwerpt voor gedistribueerde netwerk-, bedrijfs- en internetomgevingen.

docking-apparaat — Zie APR.

domein — Een groep van computers, programma's en apparaten op een netwerk die als één geheel worden beheerd, met gemeenschappelijke regels en procedures voor gebruik door een specifieke groep gebruikers.

DRAM — Dynamic Random Access Memory — Een type geheugen dat informatie opslaat in geïntegreerde circuits die condensators bevatten.

dual-core — Een technologie van Intel® waarbij sprake is van twee fysieke rekeneenheden binnen een enkele processor, waardoor de rekenefficiëntie en het vermogen om meerdere taken tegelijk uit te voeren worden verbeterd.

dual display mode — Een beeldscherminstelling die u in staat stelt om een tweede monitor te gebruiken als uitbreiding op uw beeldscherm.

DVD-R — DVD Recordable — Een beschrijfbare versie van een dvd. Gegevens kunnen slechts één maal op een cd-r-schijf worden opgeslagen.

DVD+RW — DVD Rewritable — Een herschrijfbare versie van een dvd. Gegevens kunnen naar een dvd+rw-schijf worden geschreven en vervolgens worden gewist of overschreven.

Dvd+rw-station — Een station dat in staat is om dvd's en de meeste cd-media te lezen en naar dvd+rw-schijven (herschrijfbare dvd's) te schrijven.

DVI — Digital Video Interface — Een standaard voor digitale overdracht tussen een computer en een digitaal beeldscherm.


E

ECC — Error Checking and Correction — Een type geheugen dat is uitgerust met speciale bedrading voor het testen van de nauwkeurigheid van gegevens terwijl deze door het geheugen passeren.

ECP — Extended Capabilities Port — Een parallelle ingang die verbeterde bidirectionele gegevensoverdracht biedt.

EIDE — Enhanced Integrated Device Electronics — Een verbeterde versie van de IDE-interface voor vaste schijven en cd-stations.

EMI — ElectroMagnetic Interference — Elektrische storing die wordt veroorzaakt door elektromagnetische straling.

ENERGY STAR® — Environmental Protection Agency-vereisten die het algehele stroomverbruik reduceren.

EPP — Enhanced Parallel Port — Een type parallelle ingang die bidirectionele gegevensoverdracht biedt.

ESD — Electrostatic Discharge — Een snelle ontlading van statische elektriciteit.

ExpressCard — Een verwijderbare I/O-kaart die voldoet aan de PCMCIA-standaard. Modems en netwerkkaarten zijn vaak gebruikte typen ExpressCards.

extended display-modus — Een beeldscherminstelling die u in staat stelt om een tweede monitor te gebruiken als uitbreiding op uw beeldscherm. Ook wel dual display-modus genoemd.


F

Fahrenheit — Een temperatuurschaal waarbij 32° overeenkomt met het vriespunt en 212° overeenkomt met het kookpunt van water.

FBD — Fully Buffered DIMM — Een DIMM met DDR2 DRAM-chips en een Advanced Memory Buffer (AMB) die zorgt voor een snellere communicatie tussen de DDR2 SDRAM-chips en het systeem.

FCC — Federal Communications Commission — Een Amerikaanse overheidsinstelling die verantwoordelijk is voor het toezicht op de naleving van communicatiegerelateerde richtlijnen die bepalen hoeveel straling computers en andere elektronische apparatuur mogen uitzenden.

formatteren — Het proces dat een schijf of diskette gereed maakt voor de opslag van bestanden.

FSB — Front Side Bus — Het gegevenspad en de fysieke interface tussen de processor en het RAM-geheugen.

FTP — File Transfer Protocol — Een standaard internetprotocol dat wordt gebruikt om bestanden tussen computers uit te wisselen die met internet zijn verbonden.


G

G — gravity — Een meeteenheid voor gewicht en kracht.

GB — gigabyte — Een meeteenheid voor gegevensopslag die overeenkomt met 1.024 MB (1.073.741.824 bytes).

geheugen — Een gebied binnen de computer dat wordt gebruikt voor tijdelijke gegevensopslag. Omdat de gegevens in het geheugen niet permanent van aard zijn, wordt u aanbevolen om tijdens het werken met bestanden de bestanden vaak op te slaan en altijd uw bestanden op te slaan voordat u de computer uitzet. De computer kan verschillende typen geheugen bevatten, zoals RAM-geheugen, ROM-geheugen en videogeheugen.

geheugenadres — Een specifieke locatie waar gegevens tijdelijk in het RAM-geheugen worden opgeslagen.

geheugenmodule — Een kleine bedradingsplaat die geheugenchips bevat en wordt aangesloten op het moederbord.

geheugentoewijzing — Het proces waarbij de computer tijdens het opstarten geheugencapaciteit toewijst aan fysieke locaties.

geïntegreerd — Deze term verwijst vaak naar onderdelen die zich fysiek op het moederbord van een computer bevinden.

GHz — gigahertz — Een meeteenheid voor frequenties die overeenkomt met duizend miljoen Hz, oftewel duizend MHz.

grafisch geheugen — Geheugen dat bestaat uit geheugenchips die aan grafische functies zijn toegewezen. Het grafisch geheugen is doorgaans sneller dan het systeemgeheugen.

grafische modus — Een videomodus die kan worden gedefinieerd als x horizontale pixels bij y verticale pixels bij z kleuren. Grafische modi zijn in staat om een onbeperkte verscheidenheid aan vormen en lettertypes weer te geven.

grafische resolutie — Zie resolutie.

GUI — Graphical User Interface — Software die interactie met de gebruiker mogelijk door middel van menu's, vensters en pictogrammen. De meeste Windows-programma's zijn GUI's.


H

HTTP — Hypertext Transfer Protocol — Een protocol voor het uitwisselen van bestanden tussen computers die met internet zijn verbonden.

Hyper-Threading — Hyper-threading is een technologie van Intel die de algemene computerprestatie kan verbeteren door een enkele fysieke processor in staat te stellen om als twee logische processors te fungeren die in staat zijn om bepaalde taken tegelijkertijd uit te voeren.

Hz — hertz — Een eenheid om frequenties te meten en overeenkomt met 1 cyclus per seconde.


I

IC — Integrated Circuit — Een halfgeleidende wafer of chip waarop duizenden of miljoenen kleine elektronische componenten worden geproduceerd voor gebruik in computer-, audio- en videoapparatuur.

IDE — Integrated Device Electronics — Een interface voor apparaten voor massaopslag waarbij de controller is geïntegreerd in de vaste schijf of het cd-station.

IEEE 1394 — Institute of Electrical and Electronics Engineers, Inc. — Een seriële bus met hoge snelheid die wordt gebruikt om IEEE 1394-apparaten, zoals digitale camera's en dvd-spelers op een computer aan te sluiten.

infraroodsensor — Een poort die het mogelijk maakt om zonder kabelverbinding gegevens uit te wisselen tussen de computer en een infrarood apparaat.

I/O — input/output — Een bewerking of apparaat dat gegevens invoert en ophaalt op/van uw computer.

I/O-adres — Een adres in het RAM-geheugen dat bij een specifiek apparaat hoort (zoals een seriële ingang, parallelle ingang of een uitbreidingssleuf) en de processor in staat stelt om met het apparaat in kwestie te communiceren.

IrDA — Infrared Data Association — Een organisatie die internationale standaarden voor infrarode communicatie ontwikkelt.

IRQ — Interupt ReQuest — Een elektronisch pad die aan een specifiek apparaat wordt toegewezen zodat het apparaat met de processor kan communiceren. Aan elke apparaatverbinding moet een IRQ worden toegewezen.

ISP — Een bedrijf dat u toegang biedt tot haar hostserver om direct een internetverbinding te maken, e-mail te verzenden en ontvangen en websites te bezoeken. Een internetprovider biedt u doorgaans een softwarepakket, een gebruikersnaam en inbelnummers tegen een bepaald tarief.


K

Kb — kilobit — Een gegevenseenheid die overeenkomt met 1024 bits.

KB — kilobyte — Een gegevenseenheid die overeenkomt met 1.024 bytes, maar vaak wordt gebruikt om 1.000 bytes aan te geven.

kennisgevingsgebied — Het gedeelte van de Windows-taakbalk dat pictogrammen bevat die snelle toegang bieden tot programma's en computerfuncties, zoals de klok, volumeregeling en printstatus.

kHz — kilohertz — Een meeteenheid voor frequenties die overeenkomt met 1.000 Hz.

kloksnelheid — De snelheid, uitgedrukt in MHz, die aangeeft hoe snel computeronderdelen die op de systeembus zijn aangesloten kunnen werken.


L

L1-cache — Het primaire cachegeheugen dat binnen de processor is opgeslagen.

L2-cache — Secundair cachegeheugen die zich buiten de processor kan bevinden of onderdeel uitmaakt van de architectuur van de processor.

LAN — Local Area Network — Een computernetwerk dat een klein gebied beslaat. Een LAN is normaliter beperkt tot een gebouw of een aantal gebouwen die zich dicht bij elkaar bevinden.

LCD — Liquid Crystal Display — De technologie die door beeldschermen van draagbare computers en TFT-beeldschermen.

LED — Light Emitting Diode — Een elektronisch onderdeel dat licht uitzendt om de status van de computer aan te geven.

leesmij-bestand — Een tekstbestand dat bij een softwarepakket of een hardwareproduct wordt geleverd.

lokale bus — Een gegevensbus die apparaten snelle doorvoer naar de processor biedt.

LPT — Line Print Terminal — Een aanduiding voor een parallelle verbinding met een printer of een ander parallel apparaat.


M

map — Een term die wordt gebruikt om ruimte op een schijf of station aan te duiden waar bestanden worden gegroepeerd en gerangschikt.

Mb — megabit — Een meeteenheid voor de capaciteit van geheugenchips die overeenkomt met 1.024 Kb.

Mbps — megabits per second — Een miljoen bits per seconde.

MB — megabyte — Een meeteenheid voor gegevensopslag die overeenkomt met 1.048.576 bytes. 1 MB komt overeen moet 1.024 KB.

MB/sec — megabytes per second — Een miljoen bytes per seconde.

mediacompartiment — Een compartiment dat ondersteuning biedt voor apparaten zoals optische stations, een tweede batterij of een Dell TravelLite™-module.

MHz — megahertz — Een frequentiemeeteenheid die overeenkomt met 1 miljoen cycli per seconde.

modem — Een apparaat dat uw computer in staat stelt om met andere computers te communiceren via analoge telefoonlijnen. Er zijn drie verschillende typen modems: een externe modem, pc-kaartmodem en een interne modem.

modulecompartiment — Zie mediacompartiment.

ms — milliseconde — Een tijdseenheid die overeenkomt met een duizendste van een seconde.


N

netwerkadapter — Een chip die netwerkfuncties biedt. Het moederbord van een computer kan van een netwerkadapter zijn voorzien. Bij sommige computers bevindt de netwerkadapter zich op de pc-kaart.

NIC — Zie netwerkadapter.

ns — nanoseconde — Een meeteenheid die overeenkomt met een miljardste van een seconde.

NVRAM — Non-Volatile Random Access Memory — Een type geheugen dat gegevens opslaat wanneer de computer is uitgezet of wanneer de externe stroomvoorziening wordt verbroken. NVRAM wordt gebruikt om informatie over de computerconfiguratie te behouden, zoals de datum, tijd en andere opties van het systeem-setup-programma die door u kunnen worden ingesteld .


O

opstartbare cd — Een cd die u kunt gebruiken om uw computer mee op te starten. In het geval dat de vaste schijf is beschadigd of uw computer door een computervirus is getroffen, moet u ervoor zorgen dat u een opstartbare cd of diskette bij de hand hebt. De cd Drivers and Utilities (Stuur- en hulpprogramma's) en ResourceCD (bron-cd) zijn opstartbare cd's.

opstartbare diskette — Een diskette die u kunt gebruiken om uw computer op te starten. In het geval dat de vaste schijf is beschadigd of uw computer door een computervirus is getroffen, moet u ervoor zorgen dat u een opstartbare cd of diskette bij de hand hebt.

opstartvolgorde — Geeft de volgorde aan van de apparaten, stations of schijven vanaf welke de computer probeert op te starten.

optisch station — Een station dat gebruikmaakt van optische technologie om gegevens te lezen van, of te schrijven naar cd's, dvd's of dvd+rw's.


P

parallelle ingang — Een I/O-poort die vaak wordt gebruikt om een parallelle printer op een computer aan te sluiten.

partitie — Een fysiek opslaggebied op een vaste schijf dat wordt toegewezen aan een of meer logische opslaggebieden die worden aangeduid met de term logische stations.

Pc-kaart — Een verwijderbare I/O-kaart die voldoet aan de PCMCIA-standaard.

PCI — Peripheral Component Interconnect — PCI is een lokale bus die ondersteuning biedt voor 32-bits en 64-bits gegevenspaden, hetgeen een gegevenspad met hoge snelheid biedt tussen de processor en apparaten zoals grafische kaarten, stations en netwerken.

PCI Express — Een wijziging van de PCI-interface die de snelheid van gegevensoverdracht tussen de processor en de apparaten die daaraan zijn gekoppeld, vergroot. PCI Express kan gegevens overdragen bij snelheden van 250 MB/sec tot 4 GB/sec.

PCMCIA — Personal Computer Memory Card International Association — Een organisatie die standaarden voor pc-kaarten ontwikkelt.

piekbeschermers — Bieden bescherming tegen pieken in de netspanning die kunnen optreden tijdens onweer en via het stopcontact de computer kunnen binnengaan.

Het is niet mogelijk om netwerkverbindingen te beschermen met piekbeschermers.

PIO — Programmed Input/Output — Een methode voor het overdragen van gegevens tussen twee apparaten via de processor als onderdeel van het gegevenspad.

pixel — Een enkel punt op een beeldscherm. Pixels worden in rijen en kolommen gerangschikt zodat een beeld ontstaat.

Plug-and-Play — Het vermogen van een computer om automatisch apparaten te configureren. Plug-and-playfunctionaliteit maakt automatische installatie, configuratie en compatibiliteit met bestaande hardware mogelijk als de BIOS, het besturingssysteem en alle apparaten voldoen aan de vereisten voor plug-and-play.

POST — Power On Self Test — Een reeks van diagnostische programma's die automatisch worden uitgevoerd door de BIOS en basistests uitvoeren voor de belangrijkste computeronderdelen, zoals het geheugen, de vaste schijven en de grafische kaart. Als er tijdens de POST geen problemen worden aangetroffen, zal de computer verder gaan met opstarten-.

processor — Een computerchip die programmaopdrachten interpreteert en uitvoert.

PS/2 — Personal System/2 — Een type ingang waarop PS/2-toetsenborden, -muizen of toetsenblokken kunnen worden aangesloten.

PXE — Pre-boot eXecution Environment — Een WfM (Wired for Management)-standaard die het mogelijk maakt om computers waarop geen besturingssysteem is geïnstalleerd met elkaar te verbinden en op afstand te starten.


R

RAID — Redundant Array of Independent Disks — Een methode om gegevens dubbel uit te voeren. Veel gebruikte implementaties van RAID zijn onder meer RAID 0, RAID 1, RAID 5, RAID 10 en RAID 50.

RAM — Random Access Memory — Het primaire opslaggebied voor programmaopdrachten en -gegevens.

reismodule — Een plastic apparaat dat op het modulecompartiment van een draagbare computer kan worden aangebracht om het gewicht van de computer te verminderen.

resolutie — De scherpte en helderheid van een beeld dat door een printer wordt geproduceerd of op een monitor wordt weergegeven.

RFI — Radio Frequency Interference — Storing die wordt gegenereerd op typische radiofrequenties in het bereik tussen 10 kHz en 100.000 MHz.

ROM — Read Only Memory — Geheugen dat wordt gebruikt om gegevens en programma's op te slaan die niet kunnen worden verwijderd en waar de computer niet naar kan schrijven. In tegenstelling tot het RAM-geheugen behoudt het ROM-geheugen de inhoud ervan nadat u de computer hebt uitgezet. Sommige programma's die van essentieel belang zijn voor de werking van uw computer bevinden zich in het ROM-geheugen.

RPM — Revolutions Per Minute — Het aantal omwentelingen dat per minuut optreedt.

RTC — Real Time Clock — Een met een batterij gevoede klok op het moederbord dat de datum en tijd bijhoudt nadat u de computer hebt afgesloten.

RTCRST — Real Time Clock ReSeT — Een jumper op het moederbord van sommige computers die vaak kan worden gebruikt om problemen op te lossen.


S

SAS — Serial Attached SCSI — Een snellere, seriële versie van de SCSI-interface (ten opzichte van de oorspronkelijke parallelle SCSI-architectuur).

SATA — Serial ATA — Een snellere, seriële versie van de ATA (IDE)-interface.

ScanDisk — Een hulpprogramma van Microsoft dat bestanden, mappen en het oppervlak van de vaste schijf op fouten controleert.

schrijfbeveiligd — Bestanden of media die niet kunnen worden gewijzigd. U moet gegevens van een schrijfbeveiliging voorzien wanneer u niet wilt dat deze worden gewijzigd of vernietigd.

SCSI — Small Computer System Interface — Een interface met hoge snelheid die wordt gebruikt om apparaten zoals vaste schijven, cd-stations, printers en scanners op een computer aan te sluiten. De SCSI kan verschillende apparaten met behulp van een enkele controller meerdere apparaten verbinden. Er wordt toegang tot elk apparaat verkregen door een individueel identificatienummer op de SCSI-controllerbus.

SDRAM — Synchronous Dynamic Random Access Memory — Een type DRAM dat wordt gesynchroniseerd met de optimale kloksnelheid van de processor.

seriële ingang — Een I/O-poort die vaak wordt gebruikt om apparaten zoals handheld digitale apparaten en digitale camera's op een computer aan te sluiten.

servicelabel — Een label met een streepjescode op uw computer op basis waarvan u de computer kunt identificeren wanneer u Dell Support bezoekt op support.dell.com of contact opneemt met Dell voor klantenservice of technische ondersteuning.

setup-programma — Een programma dat wordt gebruikt om hardware en software te installeren en configureren. Het programma setup.exe of install.exe wordt met de meeste Windows-software geleverd. Dergelijke programma's moeten niet verward worden met het systeem-setup-programma.

SIM — Subscriber Identity Module. Een SIM-kaart bevat een microchip die spraak- en gegevensoverdracht versleutelt. SIM-kaarten kunnen worden gebruikt in telefoons of draagbare computers.

slaapmodus — Een energiebesparingsmodus die alle items in het geheugen opslaat op een speciaal daartoe gereserveerde ruimte op de vaste schijf en vervolgens de computer uitzet.

smart card — Een kaart die is uitgerust met een processor en geheugenchip.

snelkoppeling — Een pictogram dat snelle toegang biedt tot vaak gebruikte programma's, bestanden, mappen en stations. Als u een snelkoppeling op het bureaublad van Windows plaatst en het pictogram dubbelklikt, opent u daarmee de/het overeenkomstige map, bestand of station zonder er eerst naar hoeven te zoeken. Snelkoppelingspictogrammen wijzigen de locatie van bestanden, mappen of stations niet. Als u een snelkoppeling verwijdert, zal dit geen invloed hebben op het oorspronkelijke bestand. Het is ook mogelijk om de naam van het pictogram van een snelkoppeling te wijzigen.

S/PDIF — Sony/Philips Digital Interface — Een bestandsformaat voor de overdracht van audiobestanden van het ene bestand naar het andere zonder deze van en naar een analoog formaat te converteren, iets waarmee de kwaliteit van het bestand zou verslechteren.

standby-modus — Een energiebeheermodus die alle niet-benodigde computerbewerkingen stopzet om stroom te besparen.

Strike Zone™ — Verstevigd gebied van de platformbasis dat de vaste schijf beschermt door te fungeren als schokbreker wanneer de computer trillingen als gevolg van een schok ondervindt of ten val komt, ongeacht of de computer aan of uit staat.

stuurprogramma — Software die het besturingssysteem in staat stelt om apparaten zoals een printer te bedienen.

SVGA — Super Video Graphics Array — Een standaard voor grafische kaarten en controllers. Vaak gebruikte SVGA-resoluties zijn 800 x 600 en 1024 x 768.

Het aantal kleuren en de resolutie die een toepassing weergeeft, is afhankelijk van de capaciteit van de monitor, de videocontroller en de overeenkomstige stuurprogramma's, en de hoeveelheid videogeheugen die in de computer is geïnstalleerd.

S-video TV-out — Een ingang die wordt gebruikt om een televisie of een digitaal audioapparaat op de computer aan te sluiten.

SXGA — Super eXtended Graphics Array — Een standaard voor grafische kaarten en controllers die ondersteuning biedt voor resoluties tot 1280 x 1024.

SXGA+ — Super eXtended Graphics Array Plus — Een standaard voor grafische kaarten en controllers die ondersteuning biedt voor resoluties tot 1400 x 1050.

systeembord —De hoofdbedradingsplaat in een computer. Ook wel aangeduid als het moederbord.

systeemsetup — Een hulpprogramma dat als interface dient tussen de hardware van de computer en het besturingssysteem. De systeemsetup stelt u ertoe in staat door de gebruiker selecteerbare opties te configureren in de BIOS, zoals de datum, de tijd of het systeemwachtwoord. Het systeem-setup-programma stelt u in staat om gebruikersspecifieke instellingen in de BIOS te configureren, zoals de datum, tijd en het systeemwachtwoord.


T

TAPI — Telephony Application Programming Interface — Stelt Windows-toepassingen in staat om gebruik te maken van een breed scala aan telefonieapparaten, zoals spraak-, gegevens-, fax- en videoappraaten.

teksteditor — Een programma dat wordt gebruikt om bestanden te maken en bewerken die alleen tekst bevatten. Het Kladblok van Windows maakt bijvoorbeeld gebruik van een tekstverwerker.Teksteditors bieden normaliter geen woordomslag of opmaakfunctionaliteit (de mogelijkheid om tekst te onderstrepen, lettertypes te wijzigen etc).

toetsencombinatie — Een opdracht die wordt uitgevoerd door meerdere toetsen tegelijk ingedrukt te houden.

TPM — Trusted Platform Module — Een op hardware gebaseerde beveiligingsfunctie die in combinatie met beveiligingssoftware de beveiliging van het netwerk en de computer verbetert door functies zoals de bescherming van bestanden en e-mails te bieden.


U

uitbreidingskaart — Een bedradingsplaat die wordt aangesloten op een uitbreidingssleuf waarmee het moederbord van sommige computers is uitgerust, met het doel om de functionaliteit en capaciteit van de computer uit te breiden.

uitbreidingssleuf — Een ingang op het moederbord (van sommige computers) waarop een uitbreidingskaart kan worden, zodat deze in contact staat met de systeembus.

uitstekende pc-kaart — Een pc-kaart die uit de pc-kaartsleuf steekt.

UMA — Unified Memory Allocation — Systeemgeheugen dat op dynamische wijze aan de grafische kaart wordt toegewezen.

UPS — Uninterruptible Power Supply — Een reservestroomvoorziening die wordt gebruikt in geval van een stroomstoring of wanneer de stroom onder een acceptabel niveau valt. Een UPS kan een computer voor een beperkte tijd van stroom voorzien wanneer er geen netstroom voorradig is. UPS-systemen bieden normaliter piekonderdrukking en spanningsregeling.

USB — Universal Serial Bus — Een hardware-interface voor apparaten met een lage snelheid, zoals een voor USB geschikt toetsenbord, muis, joystick, scanner, luidsprekerset, printer, breedbandapparaaten (ADSL- en kabelmodems), apparatuur voor het vastleggen van beelden en opslagapparaten. De apparaten worden rechtstreeks aangesloten op een 4-pins ingang op de computer of in een hub met meerdere poorten die op de computer is aangesloten.USB-apparaten kunnen worden aangesloten en losgekoppeld terwijl de computer aan staat, en kunnen ook in serie worden geschakeld.

UTP — Unshielded Twisted Pair — Een type kabel dat in de meeste telefoonnetwerken en sommige computernetwerken wordt gebruikt.

UXGA — Ultra eXtended Graphics Array — Een standaard voor grafische kaarten en controllers die ondersteuning biedt voor resoluties tot 1600 x 1200.


V

V — volt — Een meeteenheid voor elektrisch vermogen of elektromotieve kracht. Een V gaat door een weerstand van 1 ohm wanneer er een stroom van 1 ampère door die weerstand passeert. 

vaste schijf — Een station dat gegevens op een vaste schijf leest en naar de vaste schijf schrijft. De termen harde schijf en vaste schijf worden vaak door elkaar gebruikt.

verniewingsfrequentie — De frequentie, uitgedrukt in Hz, waarop de horizontale lijnen op het beeldscherm opnieuw worden geladen (soms de verticale frequentie genoemd).

videocontroller — De bedrading op een grafische kaart of moederbord (in computers met een ingebouwde videocontroller) die —in combinatie met de monitor—grafische mogelijkheden biedt voor uw computer.

videomodus — Een modus die aangeeft hoeveel tekst en grafische beelden op een beeldscherm kunnen worden weergegeven. Op beelden gebaseerde software, zoals het besturingssysteem Windows, wordt weergegeven in grafische modi die kunnen worden gedefinieerd als x horizontale pixels bij y verticale pixels bij z kleuren.

vingerafdruklezer — Een stripsensor die gebruikmaakt van uw unieke vingerafdruk om uw identiteit te authenticeren ter beveiliging van uw computer.

virus — Een programma dat is ontworpen om u overlast te bezorgen of om gegevens te vernietigen die op uw computer zijn opgeslagen. Een virusprogramma verplaatst zich van de ene computer op de andere via een geïnfecteerde diskette of schijf, software die van internet wordt gedownload of e-mailbijlagen.

Een veel voorkomend type virus is een bootvirus (opstartvirus), dat wordt opgeslagen in de opstartsector van een diskette. Als de diskette in het diskettestation achterblijft terwijl de computer wordt uitgezet en weer aangezet, zal de computer worden geïnfecteerd wanneer het de opstartsectoren van de diskette leest in de veronderstelling dat het om een diskette met een besturingssysteem gaat.


W

W — watt — De meeteenheid voor elektrische stroom.Eén komt overeen met 1 ampère van een stroom die op een niveau van 1 volt stroomt.

wallpaper — Een achtergrondpatroon of een afbeelding op het bureaublad van Windows. U kunt de wallpaper wijzigen via het Configuratiescherm van Windows. U kunt ook uw favoriete afbeelding inscannen en deze als wallpaper gebruiken.

warmteafleider — Een metalen plaat op sommige processors die hitte helpt weg te leiden.

WHr — wattuur — Een meeteenheid die vaak wordt gebruikt om het geschatte vermogen van een batterij uit te drukken. Een batterij met een vermogen van 66 wattuur kan bijvoorbeeld gedurende 1 uur 66 W aan stroom leveren of 33 W gedurende 2 uur.

WLAN — Wireless Local Area Network.Een reeks van onderling verbonden computers die met elkaar communiceren via luchtgolven via toegangspunten of draadloze routers met het doel om internettoegang te bieden.

WWAN — Wireless Wide Area Network. Een draadloos hoge-snelheidsnetwerk waarbij gebruik wordt gemaakt van mobiele telefoons en dat een veel groter geografisch gebied beslaat dan WLAN.

WXGA — Wide Aspect Extended Graphics Array — Een standaard voor grafische kaarten en controllers die ondersteuning biedt voor resoluties tot 1280 x 800.


X

XGA — eXtended Graphics Array — Een standaard voor grafische kaarten en controllers die ondersteuning biedt voor resoluties tot 1024 x 768.


Z

ZIF — Zero Insertion Force — Een type stopcontact of ingang waarop een computerchip kan worden geïnstalleerd of verwijderd zonder druk op de chip of het contact/de ingang uit te oefenen.

Zip — Een populair gegevenscompressieformaat. Bestanden die zijn gecomprimeerd in het Zip-formaat worden zip-bestanden genoemd en hebben meestal de bestandsuitgang .zip. Een speciaal type zip-bestand is het zelfuitpakkend bestand, dat de bestandsuitgang .exe heeft. U kunt zelfuitpakkende bestanden decomprimeren door erop te dubbelklikken.

Zip drive — Een schijf met hoge capaciteit die is ontwikkeld door Iomega Corporation en gebruikmaakt van 3,5 inch schijven genaamd Zip disks. Zip disks zijn iets groter dan gangbare diskettes, ongeveer twee keer zo dik, en bieden opslag voor 100 MB aan gegevens.


Terug naar inhoudspagina

 

© 2012 Dell | Terms of Sale | Unresolved Issues | Privacy | Site Map | Feedback

snWEB2