Dit hoofdstuk beschrijft de procedures voor het verwijderen en installeren van onderdelen voor uw computer. Tenzij anders vermeld gaat elke procedure ervan uit dat er sprake is van de volgende omstandigheden:
U hebt de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids van Dell gelezen.
U kunt een onderdeel vervangen of indien los aangekocht installeren door de verwijderingsprocedure in omgekeerde volgorde uit te voeren.
Aanbevolen gereedschappen
Voor de procedures in dit document zijn mogelijk de volgende instrumenten nodig:
Een kleine schroevendraaier met een platte kop
Een kruiskopschroevendraaier
Een klein plastic pennetje
Een Flash BIOS-update (zie de Dell Support-website op support.dell.com)
De computer uitzetten
KENNISGEVING: Om het verlies van gegevens te voorkomen, moet u alvorens u de computer uitzet, alle geopende bestanden opslaan en sluiten en alle geopende programma's sluiten.
Sluit het besturingssysteem af:
Sla alle geopende bestanden op en sluit ze en sluit alle geopende
programma's af.
Klik in Microsoft Windows XP op Start® Afsluiten® Afsluiten.
Klik op de knop Start in Microsoft Windows Vista , klik op de pijl linksonder in het menu Start (hieronder afgebeeld) en klik op Afsluiten.
De computer wordt uitgezet nadat het besturingssysteem is afgesloten.
Zorg ervoor dat de computer en alle daaraan gekoppelde apparaten zijn
uitgeschakeld. Als uw computer en de daaraan gekoppelde apparaten niet
automatisch werden uitgeschakeld nadat u het besturingssysteem afsloot,
moet u de aan/uit-knop 4 seconden ingedrukt houden om ze uit te
schakelen.
Voordat u binnen de computer gaat werken
Volg de onderstaande veiligheidsrichtlijnen om uw persoonlijke veiligheid te garanderen en uw computer en werkomgeving te beschermen tegen mogelijke schade.
LET OP: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de
veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn
beschreven.
LET OP: Ga voorzichtig met componenten en kaarten om. Raak de componenten
en de contacten op kaarten niet aan. Pak kaarten bij de uiteinden of bij de metalen
bevestigingsbeugel vast. Houd onderdelen zoals een processor vast aan de
uiteinden, en niet aan de pinnen.
KENNISGEVING: Alleen een bevoegde onderhoudsmonteur mag reparaties aan uw computer uitvoeren. Schade als gevolg van onderhoudswerkzaamheden die niet door Dell zijn goedgekeurd, valt niet onder de garantie.
KENNISGEVING: Maak kabels los door aan de aansluiting of aan de kabelontlastingslus te trekken en niet aan de kabel zelf. Sommige kabels zijn voorzien van een connector met vergrendelingsklemmen. Als u dit type kabel loskoppelt, moet u de vergrendelingsklemmen ingedrukt houden voordat u de kabel verwijdert. Als u de connectoren van elkaar los trekt, moet u ze op evenwijdige wijze uit elkaar houden om te voorkomen dat een van de stekkerpinnen wordt verbogen. Ook moet u voordat u een kabel verbindt controleren of beide connectors op juiste wijze zijn opgesteld en uitgelijnd.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatische ontlading door u te aarden met behulp van een aardingspolsband of door zo nu en dan een ongeverfd metalen oppervlak aan de achterzijde van de computer aan te raken.
Zorg ervoor dat het werkoppervlak vlak en schoon is om te voorkomen dat
de computerkap bekrast raakt.
KENNISGEVING: Om een netwerkkabel te ontkoppelen moet u de kabel van de computer loskoppelen en deze vervolgens van het netwerkcontact loskoppelen.
Koppel telefoon- en netwerkkabels los van de computer.
Verwijder de stekkers van de computer en alle randapparatuur uit het
stopcontact.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan het moederbord door de batterij uit het batterijcompartiment te verwijderen alvorens u onderhoudswerkzaamheden op de computer uitvoert.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan de computer door alleen de batterij te gebruiken die voor dit specifieke type Dell-computer is ontworpen. Maak geen gebruik van een batterij die voor een ander type Dell-computer is bestemd.
Draai de computer ondersteboven.
Schuif de batterijvergrendelingen opzij totdat ze vastklikken.
Schuif de batterij uit het batterijcompartiment.
1
batterij
2
batterijontgrendeling (2)
Zet de computer ondersteboven, open het beeldscherm en druk op de
aan/uit-knop om het moederbord te aarden.
LET OP: Als u de vaste schijf verwijdert terwijl de schijf warm is, moet u de
metalen behuizing van de vaste schijf niet aanraken.
LET OP: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de
veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn
beschreven.
KENNISGEVING: Voordat u de vaste schijf verwijdert, dient u de computer uit te zetten (zie) om gegevensverlies te voorkomen De computer uitzetten. Verwijder de vaste schijf niet terwijl de computer aanstaat of zich in de slaapstand bevindt.
KENNISGEVING: Vaste schijven zijn uiterst kwetsbaar. Ga voorzichtig met de vaste schijf om.
OPMERKING: Dell kan niet garanderen dat de vaste schijven van andere leveranciers compatibel zijn en biedt daar evenmin ondersteuning voor.
Draai de twee borgschroeven los die de vaste schijf op zijn plek houden en
verwijder de kap.
1
kap van de vaste schijf
2
schroeven (2)
Verwijder de vaste schijf door aan het treklipje te trekken.
1
vaste schijf
2
treklipje
KENNISGEVING: Als de vaste schijf zich buiten de computer bevindt, moet u deze bewaren in een beschermende antistatische verpakking (zie "Bescherming tegen elektrostatische ontlading" in de Productinformatiegids).
De vaste schijf vervangen
Haal de nieuwe schijf uit de verpakking.
Bewaar de oorspronkelijke verpakking voor het opslaan of het transporteren van de vaste schijf.
KENNISGEVING: Schuif de schijf op krachtige en gelijkmatige wijze op zijn plaats. Als u teveel kracht op de schijf uitoefent, kunt u de aansluiting van de vaste schijf beschadigen.
Plaats de vaste schijf in het schijfcompartiment door de lipjes op de vaste
schijf uit te lijnen met de sleuven in het compartiment en door het
aansluitingsgedeelte naar beneden te drukken.
Breng de klep van de vaste schijf opnieuw aan en zet de schroeven vast.
Retourneer uw oude vaste schijf naar Dell in zijn oorspronkelijke of een vergelijkbare schuimverpakking. Doet u dit niet, dan kan de vaste schijf beschadigd raken tijdens het verzenden.
1
piepschuim verpakking
2
vaste schijf
Optisch station
LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, moet u de
veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen.
Gebruik een plastic mesje om de inkeping in te drukken. Hiermee wordt
het optisch station uit het compartiment verwijderd.
Schuif het optisch station uit het compartiment.
1
mediacompartiment
2
borgschroef
3
inkeping
Het optisch station opnieuw installeren
Schuif het optisch station in het compartiment.
Breng de borgschroef opnieuw aan en zet deze vast.
Kap van de centrale bediening
LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, moet u de
veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatische ontlading door u te aarden met behulp van een aardingspolsband of door zo nu en dan een ongeverfd metalen oppervlak aan de achterzijde van de computer aan te raken.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan het moederbord door de batterij uit het batterijcompartiment te verwijderen voordat u binnen de computer aan het werk gaat.
LET OP: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de
veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn
beschreven.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatische ontlading door u te aarden met behulp van een aardingspolsband of door zo nu en dan een ongeverfd metalen oppervlak aan de achterzijde van de computer aan te raken.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan het moederbord door de batterij uit het batterijcompartiment te verwijderen voordat u binnen de computer aan het werk gaat.
Verwijder de twee schroeven aan de bovenkant van het toetsenbord.
KENNISGEVING: De toetsendopjes van het toetsenbord zijn uiterst kwetsbaar en kunnen makkelijk losraken. Het kan een tijdrovende bezigheid zijn om de toetsendopjes in een dergelijk geval opnieuw aan te brengen. Wees voorzichtig tijdens het verwijderen van en het omgaan met het toetsenbord.
Til het toetsenbord omhoog en iets naar voren om toegang tot de
toetsenbordaansluiting te krijgen.
Draai de vergrendelinrichting van e toetsenbordaansluiting naar de
voorzijde van de computer om de kabel van het toetsenbord uit de
toetsenbordaansluiting op het moederbord te verwijderen.
Schuif de kabel van het toetsenbord uit de toetsenbordaansluiting.
1
schroeven (2)
2
toetsenbord
3
bevestigingslipjes (5)
4
toetsenbordkabel
5
vergrendelinrichting kabelaansluiting
6
polssteun
Het toetsenbord opnieuw installeren
Schuif de kabel van het toetsenbord in de toetsenbordaansluiting.
Draai de vergrendelinrichting van de toetsenbordaansluiting om de kabel
vast te zetten.
Breng de lipjes langs de voorzijde van het toetsenbord in de polssteun aan.
Druk nabij de rechter bovenrand om het toetsenbord op zijn plaats te laten
klikken.
Breng de twee schroeven opnieuw aan om het toetsenbord vast te zetten.
Geheugen
LET OP: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de
veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn
beschreven.
U kunt de geheugencapaciteit van uw computer vergroten door geheugenkaarten op het moederbord aan te sluiten. Zie Specificaties voor informatie over het type geheugenmodule dat door uw computer wordt ondersteund. Installeer alleen geheugenmodules die voor uw computer bestemd zijn.
OPMERKING: Geheugenmodules die u bij Dell hebt aangeschaft vallen onder de garantie van uw computer.
Uw computer is uitgerust met twee SODIMM-aansluitingen, DIMM A en DIMM B, die vanaf de onderzijde van de computer toegankelijk zijn.
KENNISGEVING: Als uw computer slechts van ��n geheugenmodule is voorzien, moet u de geheugenmodule aansluiten op de aansluiting die aangeduid is als "DIMM A".
KENNISGEVING: Als u geheugenmodules op twee aansluitingen moet aansluiten, moet u een geheugenmodule aansluiten op de aansluiting die is aangeduid met "DIMM A" voordat u een geheugenmodule aansluit op de aansluiting die is aangeduid met "DIMM B".
De geheugenmodule verwijderen
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatische ontlading door u te aarden met behulp van een aardingspolsband of door zo nu en dan een ongeverfd metalen oppervlak aan de achterzijde van de computer aan te raken.
Draai de borgschroeven los uit de kap van de geheugenmodule.
Til de kap van de geheugenmodule omhoog en leg deze opzij.
1
schroeven (3)
2
kap geheugenmodule
KENNISGEVING: Om schade aan de ingang van de geheugenmodule te voorkomen, mag u geen gereedschappen gebruiken om de bevestigingsklemmen van de geheugenmodule te spreiden.
Gebruik uw vingertoppen om de bevestigingsklemmen aan weerszijden
van de aansluiting voor de geheugenmodule voorzichtig uit elkaar te
drukken totdat de geheugenmodule uit de aansluiting omhoog springt.
Verwijder de module uit de aansluiting.
1
geheugenmodule
2
bevestigingsklemmen (2)
De geheugenmodule vervangen
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatische ontlading door u te aarden met behulp van een aardingspolsband of door zo nu en dan een ongeverfd metalen oppervlak aan de achterzijde van de computer aan te raken.
Lijn de inkeping in de kaartrandconnector van de module uit met het lipje
in de ingangssleuf.
Schuif de module onder een hoek van 45 graden stevig in de sleuf en draai
de module neerwaarts totdat deze vastklikt. Als u niet voelt dat de module
vastklikt, moet u deze verwijderen en opnieuw installeren.
OPMERKING: Als de geheugenmodule niet op juiste wijze is ge�nstalleerd, start de computer mogelijk niet meer op. Er is geen foutmelding die een dergelijke fout aanwijst.
1
lipje
2
inkeping
3
geheugenmodule
Breng de kap van de geheugenmodule opnieuw aan en zet de drie
schroeven vast.
Plaats de batterij in het batterijcompartiment of sluit de netadapter aan op
de computer en op een stopcontact.
Zet de computer aan.
Tijdens het opstarten zal de computer het additionele geheugen detecteren en automatisch de configuratie-informatie van de computer bijwerken.
U kunt als volgt de geheugencapaciteit van uw computer raadplegen:
Klik op het bureaublad van Microsoft® Windows® XP met de rechtermuisknop op Deze computer. Klik op Eigenschappen® Algemeen.
Klik in Microsoft Windows Vista op de knop Start en klik met de rechtermuisknop op Computer®Eigenschappen.
Modem
LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, moet u de
veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen.
Zet de computer ondersteboven, draai de drie borgschroeven op de
modemkap los en verwijder de kap.
Verwijder de schroef waarmee de modem aan het moederbord is bevestigd.
Verwijder de modemkabel.
Verwijder de modem met behulp van het treklipje.
1
schroef
2
treklipje
3
modemkabel
4
modem
Installeer de vervangende modem door de modem in de aansluiting op het
moederbord te drukken.
KENNISGEVING: De kaartaansluitingen zijn zodanig ontworpen dat kaarten alleen op de juiste wijze kunnen worden aangebracht. Als u weerstand voelt, moet u de ingangen controleren en de kaart in de juiste stand aanbrengen.
Sluit de modemkabel aan.
Zet de drie schroeven vast en breng de modemkap opnieuw aan.
SIM-kaart
Een Subscriber Identity Module (SIM)-kaart identificeert gebruikers op unieke wijze op basis van een zogenaamde International Mobile Subscriber Identity.
LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, dient u de
veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn
beschreven.
OPMERKING: Alleen kaarten van het type GSM (HSDPA) hebben een SIM-kaart nodig. EVDO-kaarten maken geen gebruik van een SIM-kaart.
Zoek onderin het batterijcompartiment naar het compartiment van de
SIM-kaart.
Schuif de SIM-kaart in het compartiment. Zorg daarbij dat de afgesneden
hoek van de kaart goed is uitgelijnd met de afgesneden hoek van het
compartiment.
1
batterijhouder
2
SIM-kaart
Draadloze minikaarten
LET OP: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de
veiligheidsinstructies op te volgen die in de Productinformatiegids zijn
beschreven.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan het moederbord door de batterij uit het batterijcompartiment te verwijderen voordat u binnen de computer aan het werk gaat.
Als u een draadloze minikaart bij uw computer hebt besteld, zal de kaart reeds in de computer ge�nstalleerd zijn. Uw computer biedt ondersteuning voor drie typen draadloze minikaarten:
Een WLAN (wireless local area network).
Een mobiel breedbandnetwerk of Wireless Wide Area Network (WWAN)
Ingebouwde kaart met draadloze Bluetooth®-technologie
Draai de schroef los waarmee de minikaart aan het moederbord is
bevestigd.
Verwijder de antennekabels uit de WLAN-kaart.
1
antennekabelaansluitingen
2
schroef
3
WLAN-kaart
Trek de WLAN-kaart uit de aansluiting op het moederbord.
Een WLAN-kaart opnieuw aanbrengen
KENNISGEVING: De kaartaansluitingen zijn zodanig ontworpen dat kaarten alleen op de juiste wijze kunnen worden aangebracht. Als u weerstand voelt, moet u de aansluitingen op de kaart en het moederbord controleren en de kaart opnieuw uitlijnen.
KENNISGEVING: Om schade aan de WLAN-kaart te voorkomen, mag u nooit kabels onder de kaart plaatsen.
Breng de connector van de WLAN-kaart in een hoek van 45 graden aan op
de aansluiting op het moederbord dis is aangeduid met "WLAN" door de
inkeping op de WLAN-kaart uit te lijnen met de sleuf op de aansluiting op
het moederbord.
Druk op de andere zijde van de WLAN-kaart en draai de schroef vast
waarmee de kaart aan het moederbord is bevestigd.
Sluit de juiste antennekabels aan op de WLAN-kaart die u aan het
installeren bent:
Als het label van de WLAN-kaart is voorzien van twee driehoeken (wit en zwart), moet u de witte antennekabel aansluiten op de aansluiting die is aangeduid met "main" (witte driehoek) en de zwarte antennekabel aansluiten op de aansluiting die is aangeduid met "aux" (zwarte driehoek).
Als het label van de WLAN-kaart van drie driehoeken is voorzien (wit, zwart en grijs), moet u de witte antennekabel aansluiten op de witte driehoek, de zwarte antennekabel aansluiten op de zwarte driehoek en de grijze antennekabel aansluiten op de grijze driehoek.
Berg ongebruikte antennekabels veilig op in de beschermende hoes van
mylar.
Ingebouwde kaart met draadloze Bluetooth®-technologie
LET OP: Voordat u de volgende procedures uitvoert, dient u de
veiligheidsinstructies op te volgen die in uw Productinformatiegids zijn
beschreven.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatische ontlading door u te aarden met behulp van een aardingspolsband of door een ongeverfd metalen oppervlak aan de achterzijde van de computer aan te raken.
Als u een ingebouwde kaart met draadloze Bluetooth-technologie met uw computer hebt besteld, zal deze reeds zijn ge�nstalleerd.
Draai de schroef los waarmee de minikaart aan het moederbord is
bevestigd.
Verwijder de antennekabels uit de WWAN-kaart.
1
antennekabels (2)
2
schroef
3
WWAN-kaart
Trek de WWAN-kaart uit de aansluiting op het moederbord.
Een WWAN-kaart opnieuw installeren
KENNISGEVING: De kaartaansluitingen zijn zodanig ontworpen dat kaarten alleen op de juiste wijze kunnen worden aangebracht. Als u weerstand voelt, moet u de aansluitingen op de kaart en het moederbord controleren en de kaart opnieuw uitlijnen.
KENNISGEVING: Om schade aan de WWAN-kaart te voorkomen moet u nooit kabels onder de kaart plaatsen.
Sluit de connector van de WWAN-kaart in een hoek van 45 graden aan op
de aansluiting op het moederbord die is aangeduid met "WWAN" door de
inkeping op de WWAN-kaart uit te lijnen met de sleuf van de aansluiting
op het moederbord.
Druk het andere uiteinde van de WWAN-kaart naar beneden en zet de
schroef vast om de kaart op het moederbord te bevestigen.
Sluit de juiste antennekabels aan op de WWAN-kaart die u installeert.
Sluit de wit gestreepte kabel aan op de kaartconnector die met een witte driehoek is aangeduid. Sluit de zwart gestreepte kabel aan op de kaartaansluiting die met een zwarte driehoek is aangeduid.
Berg ongebruikte antennekabels veilig op in de beschermende hoes van
mylar.
Zorg dat u bent geaard door een van de metalen aansluitingen aan de
achterzijde van de computer aan te raken.
OPMERKING: Als u het gebied verlaat, moet u zichzelf opnieuw aarden wanneer u terugkeert naar de computer.
Verwijder de schroef waarmee de FCM aan het moederbord is bevestigd.
Til de kaart uit de ingang omhoog.
1
schroef
2
FCM-kaart
De FCM opnieuw installeren
KENNISGEVING: Tijdens het installeren van de kaart moet u ervoor zorgen dat de twee antennekabels zich niet onder de kabel bevinden. De antennekabels dienen langs de FCM en in de beschermende hoes te lopen. Als u de kaart bovenop de antennekabels installeert, kan er schade aan de computer optreden.
KENNISGEVING: Installeer de FCM in de WWAN-sleuf. Breng geen FCM op de WLAN-kaartsleuf aan. Dit zou tot schade aan de computer kunnen leiden.
Sluit de FCM aan op de aansluiting op het moederbord.
Zet de schroef vast om de FCM aan het moederbord te bevestigen.
LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, moet u de
veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatische ontlading door u te aarden met behulp van een aardingspolsband of door zo nu en dan een ongeverfd metalen oppervlak aan de achterzijde van de computer aan te raken.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan het moederbord door de batterij uit het batterijcompartiment te verwijderen voordat u binnen de computer aan het werk gaat.